Header Image - TEACHER LAB

Kader kwaliteitsvol toetsen

by elke.ruys@howest.be

Wat?

Het kader kwaliteitsvol toetsen schetst het Howestbrede toetsbeleid. Het geeft de concrete verwachtingen weer en geeft handvatten voor de implementatie in de opleidingen.

Waarom belangrijk?

“Wat moeten we kennen en kunnen?” Het is de eerste vraag die op menig studententong ligt. De manier van toetsen stuurt het leerproces van studenten. Wil je bijvoorbeeld studenten brengen tot toepassing dan is het noodzakelijk dat je deze toepassing evalueert en je niet beperkt tot kennis/inzicht.

Hoe?

Onderstaand filmpje legt het kader kwaliteitsvol toetsen uit. Het biedt een inleiding om je eigen onderwijspraktijk te optimaliseren.

Anderstalige collega’s kan je eventueel doorverwijzen naar de Engelstalige versie van het filmpje: Click here to watch the video in English.

Meer weten?

Na deze algemene inleiding kan je je eigen onderwijspraktijk van naderbij onder de loep nemen en jezelf verder verdiepen in specifieke topics.

Vul de toetsscan voor docenten of de toetsscan voor opleidingen in. Deze zijn opgenomen in de cursus onderwijsprofessionalisering van dienst Onderwijs op Leho. Wanneer je nog niet eerder voor deze cursus was ingeschreven, word je gevraagd dit eerst te doen. De twee toetsscans vind je terug bij de modules.

Lees de verschillende blogtips onder de tag “Kwaliteitsvol toetsen”. Scrol door de tips en lees deze die voor jou relevant zijn of waarrond je op dit moment concrete vragen hebt.

De opleidingen in Brugge kunnen rond concrete examenafspraken terecht op deze sharepointpagina. Het gaat om afspraken rond zowel pre-, tijdens als post-toetsing.

Heb je verder nog vragen, neem dan contact op met elke.ruys@howest.be

Feedback die blijft plakken

Wat is het?

Feedback is een communicatietechniek en een van de meest krachtige instrumenten die je als lector kan inzetten om het leren van studenten te bevorderen. Volgens Hattie (2014) dient feedback om de kloof te verkleinen tussen waar de student is en waar hij hoort te zijn. Bij het geven van feedback maak je als lector dus het verschil duidelijk tussen de huidige resultaten van een student en de succescriteria.

Effectieve feedback blijft plakken. Dit wil zeggen dat studenten en lectoren iets doen met de feedback. Feedback leidt dus tot actie! Effectieve feedback is gefocust op drie vragen:

  1. Feedup: Waar ga ik naartoe?
    De eerste vraag heeft betrekking op het doel. Dit is ook waarom leerdoelen en beoordelingscriteria zo belangrijk zijn. Doelen kunnen op verschillende manieren gelinkt worden aan feedback. Enerzijds geven zij informatie over het niveau van het gewenste resultaat. Anderzijds laat feedback studenten nieuwe uitdagende (tussen)doelen stellen om het einddoel te bereiken.
  2. Feedback: Waar sta ik nu?
    De tweede vraag gaat over de vooruitgang. Die feedback is gericht naar de prestatie of het gedrag van de student op het moment dat je feedback geeft, afgezet tegen het leerdoel. Daarbij wordt aangegeven in welke mate huidige prestaties voldoen aan de vooropgestelde beoordelingscriteria of aan het einddoel.
  3. Feedforward: Hoe nu verder?
    De derde vraag heeft vooral te maken met volgordelijkheid. Daarbij helpt feedback bij het kiezen van de volgende stappen om het einddoel te bereiken of om resultaten te verbeteren.

Het beantwoorden van deze vragen is steeds gelinkt aan de focus van je feedback:

  • Feedback op de taak/product: bij feedback op het taak- en productniveau gaat het om de taak zelf. Daarbij geef je aan de student informatie over wat hij goed en minder goed gedaan heeft; of het werk correct is en of de taak goed werd uitgevoerd. Vaak geef je ook aanwijzingen van wat de verwachtingen zijn en wat er nog moet gebeuren om het resultaat te verbeteren. Deze feedback wordt vaak ‘correctieve feedback’ genoemd en komt veel voor in commentaren op taken en opdrachten. Dergelijke feedback is meestal specifiek en is heel krachtig voor beginnende studenten.

Bijvoorbeeld: “Over het algemeen vind ik dit een goede tekst. De start vond ik minder… Als je iets schrijft altijd nadenken: gaat mijn bachelorproef hier wel over? Moet ik dat vertellen? Is het relevant of niet?”

  • Feedback op het proces: feedback op het procesniveau richt zich niet op het resultaat, maar op de aanpak van de taak en de inspanningen door de student. Procesgerichte feedback helpt de student om fouten op te sporen, verbanden te herkennen en leerstrategieën te ontwikkelen.

Bijvoorbeeld: “Neem tijd om te programmeren. Een planning kan hierbij handig zijn. Hoe denk je het nu aan te pakken? Wat ga je nu eerst doen? Wat kost jou het meeste tijd om te doen?”

  • Feedback over de mate van zelfregulatie: hier gaat het om feedback op de manier waarop studenten hun handelen sturen. Feedback op het niveau van zelfregulatie spoort aan tot reflectie en helpt de vaardigheid van zelfbeoordeling te verbeteren. Als studenten zichzelf kunnen monitoren en reguleren, weten zij wanneer zij feedback van anderen nodig hebben en hoe zij deze feedback effectief kunnen gebruiken om hun resultaten te verbeteren. Dergelijke feedback – meestal in de vorm van reflectieve vragen – leidt de student naar het ‘wanneer’, ‘waar’ en ‘waarom’ bij het maken van beslissingen op taak/product- en procesniveau.

Bijvoorbeeld: “Waarom heb je voor die kleur gekozen bij het bepalen van je ontwerp? Hoe ben je daarop gekomen? Waarom is dit de beste keuze?”

  • Feedback over de persoon zelf: feedback op het niveau van het ‘zelf’ is gericht naar de student als persoon en bestaat meestal uit positieve opmerkingen. Positieve waarderingen worden vaak gebruikt voor geruststelling en steun, ze leiden echter vaak de aandacht af van de taak/product, het proces of de zelfregulatie. Je zegt iets aardigs tegen de student, maar vaak zonder dat het duidelijk is waar het precies betrekking op heeft. Feedback op de persoon zelf is dus niet specifiek en heeft dus weinig invloed op verbetering van de resultaten. We kunnen besluiten dat positieve waarderingen kunnen, het is echter belangrijk om ze te scheiden van effectieve feedback.
    Negatieve feedback op de persoon kan als zeer bedreigend ervaren worden.

Bijvoorbeeld: “Jij bent toch wel een knoeier!”

Waarom belangrijk

Effectieve feedback ondersteunt zelfsturing indien ze gebaseerd is op dialoog tussen studenten onderling of tussen student en lector. Op die manier worden studenten uitgedaagd om na te denken over de drie aspecten (verwachtingen, prestatie en toekomstige acties) en krijg je als lector concrete handvatten om je eigen praktijk bij te sturen.

Hoe doen?

Hieronder vind je een aantal tips om effectieve feedback te geven:

  1. Denk doelgericht: maak studenten duidelijk wat jouw verwachtingen zijn door bv. voorbeelden te voorzien of rubrics uit te werken. Communiceer de leerdoelen en de evaluatiecriteria op een heldere manier. Ga na of studenten hebben begrepen wat ze moeten doen en wat het eindresultaat zou moeten zijn.
  2. Stimuleer zelfregulatie: bied studenten mogelijkheden aan om de zelfregulerende vaardigheden in te oefenen. Laat ze reflecteren over het leerproces, stimuleer ze om zelfstandig sterkte- en/of aandachtspunten te formuleren en laat ze actiepunten ter verbetering van hun prestaties vastleggen. Overweeg om self- en/of peerassessment in jouw lessen te gebruiken. Dit maakt dat studenten leren om de vooropgestelde criteria te interpreteren en op basis daarvan hun eigen werk of het werk van hun medestudenten te beoordelen en daar eventueel feedback op te geven.  
  3. Geef informatie m.b.t. het leerproces: lectoren spelen een cruciale rol bij het ontwikkelen van zelfregulerende vaardigheden bij studenten. Hun feedback is een belangrijke informatiebron waarop studenten zich kunnen baseren bij het leren. Effectieve feedback komt juist op tijd; omvat advies over de volgende stappen; benadrukt wat goed is, maar bevat ook constructieve kritiek.
  4. Motiveer: expliciteer waarom studenten bepaalde competenties eigen moeten maken en wat het nut is van wat ze leren i.f.v. hun toekomstige werkomgeving. Laat feedback vertrekken vanuit een talentgerichte benadering. Toon dat je gelooft in het kunnen van jouw studenten en hun groeimogelijkheden. Hanteer motiverend taalgebruik en maak duidelijk dat feedback niet gericht is op de persoon, maar op de prestaties.  
  5. Geef leerkansen: laat studenten actief aan de slag gaan met jouw feedback. Effectieve feedback resulteert in suggesties over hoe studenten de kloof kunnen dichten tussen de huidige en de optimale prestaties/resultaten. Feedback geeft zicht op de volgende stappen in het leerproces en geeft handvatten om verder aan de slag te gaan. Maak duidelijke afspraken met studenten omtrent de opvolging van feedback.     
  6. Reflecteer over eigen instructieactiviteiten: feedback is niet alleen een belangrijke informatiebron voor studenten, ook lectoren halen er waardevolle input uit. Zo krijgen ze zicht op het leren van hun studenten en kunnen ze hun noden in kaart brengen. Ze maken het groeiproces van studenten mee en sturen bij wanneer nodig.
  7. Moedig aan tot dialoog: feedback die in één richting plaatsvindt (van lector naar student) mist vaak veel effectiviteit en kansen. Dialoog zorgt ervoor dat studenten feedback correct interpreteren en dus gericht hun handelen kunnen aanpassen om het resultaat te verbeteren. Zorg er niet alleen voor dat studenten met jou in dialoog gaan, maar stimuleer ook dialoog tussen de studenten onderling. Ten eerste is het leereffect voor studenten die iets aan medestudenten uitleggen zeer hoog, ten tweede worden nieuwe concepten/een opdracht/verwachtingen in een begrijpbare taal aan de medestudenten uitgelegd. Door in dialoog te gaan construeren studenten nieuwe kennis en krijgen ze inzicht in het denkproces van hun medestudenten.

Extra materiaal

Een samenvattende infographic:

Reflecteer over de effectiviteit van jouw feedback:

Relevante blogtips

Activerend feedbackgesprek na een evaluatie.

Feedback geven aan grote groepen.

Leer je studenten feedback ontvangen.

Feedup, feedback en feedforward bij evaluaties: Praktijkvoorbeeld

Of bekijk de overige blogposts onder de tag Feedback.

Bronnen

Hattie, J. A. (2014). Het verloop van de les: de plaats van feedback . In Leren zichtbaar maken (pp. 149-175). Rotterdam: Bazalt Educatieve Uitgaven.

Nicol, D. J., & Macfarlane-Dick, D. (2006). Formative assessment and self-regulated learning: A model and seven principles of good feedback practice. Studies in Higher Education , 2 (31), 199-218.

Yes we can!

Wist je dat?

Het leren van studenten voor 50% wordt beïnvloed door factoren eigen aan de student (bv. motivatie, intelligentie…), 30% door acties van de lesgever en slechts 10% door medestudenten/vrienden?

Wij hebben dus wel degelijk impact, impact die een verschil kan maken.

Welk type mentor ben jij?

Een overzicht van 30 inspirerende quotes van fictieve lesgevers/mentoren, waarin herken jij je? Welk type mentor wil jij zijn voor je studenten?

30-Inspirational-Quotes-from-Fictional-Teachers-and-Mentors-Infographic

Of ben je eerder Wilmots?

Bron: https://visual.ly/community/infographic/education/30-inspirational-quotes-fictional-teachers-and-mentors

Activeer je studenten via effectieve vragen

Wat is het?

Om studenten te activeren en ze te stimuleren tot nadenken, kan je in je les extra aandacht besteden aan het stellen van effectieve vragen.

Waarom is het belangrijk?

Door effectief vragen te stellen aan studenten stimuleer je hen om kritisch over de gegeven leerinhouden na te denken. Bovendien zorg je ervoor dat ze betrokken worden bij het lesgebeuren en je les wordt interactief vormgegeven.

Bovendien krijg je als docent zicht op de voorkennis van de studenten (wat beheersen ze al?), maar het wordt ook duidelijk welke leerinhouden moeilijker zijn en waar dus nood is aan herhaling. Door vragen te stellen kan je als docent continu evalueren of de studenten de inhouden beheersen.

Hoe doen?

Het Expertisecentrum Hoger Onderwijs (2013) geeft enkele tips om vragen zo efficiënt en effectief mogelijk te gebruiken:

  1. Tijd om na te denken. Geef de studenten de kans om over de vraag na te denken. Hiertoe las je best een kleine ‘denkpauze’ in nadat je de vraag gesteld hebt. Daarnaast is het van belang om niet meteen een student aan te duiden om te antwoorden. Wacht hiermee tot na de denkpauze. Op die manier zorg je ervoor dat iedereen aangespoord wordt om na te denken.
  2. Wees éénduidig. Stel duidelijke en ondubbelzinnige vragen. Studenten moeten goed weten wat er gevraagd wordt. Toets ook af bij je studenten of iedereen de vraag goed begrepen heeft.
  3.  Richt je tot de groep. Probeer zoveel mogelijk studenten te activeren door iedereen bij de vragen te betrekken. Let goed op dat je niet blijft hangen bij die studenten die meewerken. Bevraag ook studenten die niet uit zichzelf reageren. Zo zorg je er immers voor dat iedereen nadenkt over de leerinhouden.
  4.  Wees een echo. In grote groepen is het noodzakelijk om de antwoorden van studenten te herhalen. In kleine groepen moet je dit juist niet doen, op deze manier stimuleer je de luisterhouding van studenten.

Wil je hiermee aan de slag?

Op deze blog hebben we een aantal werkvormen die vertrekken van vragen, bv. de zoemsessies, think-pair-share of stemmen.

Er zijn ook tools voorhanden om de vragen en de antwoorden digitaal te verzamelen, kijk voor meer informatie op de tip ‘online stemmen’.

 

Bron:

Clement, M. & Laga, E. (Eds.) (2006). Steekkaarten doceerpraktijk. Vragen stellen. Antwerpen: Garant.

ExpertiseCentrum Hoger Onderwijs (2013). Vijftig onderwijstips. Antwerpen-Apeldoorn: Garant

ExpertiseCentrum Hoger Onderwijs (2013). Het onderwijsleergesprek: goede vragen stellen en effectief omgaan met antwoorden. Geraadpleegd op 17 maart 2016 via https://www.uantwerpen.be/nl/faculteiten/antwerp-school-of-education/deelentiteiten/expertisecentrum-hoger-onderwijs/didactische-tips/onderwijstips/archief-onderwijstips/het-onderwijsleerges

Beheersingsniveaus

by teachlabadmin

Wat?
 Een taxonomie wordt gebruikt om een volgorde in leerdoelen te onderscheiden i.c., de beheersingsniveaus.
De logische opbouw van leerdoelen in het opleidingsprogramma zorgt dat studenten stapsgewijs elk leerresultaat eigen maken.
Beheersingsniveaus ‘weten’, ‘inzien’ en ‘toepassen’ moeten doorlopen worden vooraleer leerdoelen op het niveau ‘integreren’ verworven worden.
Bijvoorbeeld:
Een student die gerichte informatie opzoekt in het kader van bachelorproef, kent de diverse zoekmachines (weten), formuleert de juiste zoektermen (inzien) en selecteert de relevante informatie (toepassen).
Het is niet noodzakelijk om in jouw lessen deze volgorde aan te houden. Soms laten we studenten zelf ontdekken en bieden we dan pas theoretische kaders aan.
Bijvoorbeeld:
Een kind dat kan fietsen (toepassen), leerde niet eerste de onderdelen benoemen (weten) en kan ook niet uitleggen hoe een tandwiel werkt (inzien).

Pimp your slideshow

by teachlabadmin

Wat is het?

Deze video onderstreept het belang van een goede presentatie bij het geven van instructie, het presenteren en het inspireren van je studenten.

Waarom belangrijk?

Idealiter ondersteunt een presentatie het leren van studenten. Maar hoe leren mensen en op welke manier kunnen we onze presentatie hiernaar schikken? Deze video toont je de multimedia principes (gebaseerd op onderzoek naar cognitieve lading) en past ze concreet toe op de vormgeving van presentaties. De video is wat lang (15 min) maar kijk vooral naar het verschil tussen de presentaties en je zal merken dat de ene aanpak wel degelijk beter werkt dan de andere om informatie te verwerven en op te slaan tot kennis.

Voorkennis activeren

by teachlabadmin

Wat is het?

Studenten die leren koppelen nieuwe kennis aan wat ze reeds kennen en/of kunnen. Daarom is het belangrijk om als docent zicht te krijgen op de beginsituatie van de studenten. Bij de start van een les(senreeks) ga je als docent op zoek naar de aanwezige voorkennis over een gegeven lesonderwerp (correcte info over het lesonderwerp? misconcepties?,…). Deze info is van cruciaal belang voor verdere kennisopbouw.

(Her)ontwerp je module: Het kanteelmodel

Wat is het?

Het kanteelmodel laat je toe om je module in kaart te brengen. In onderstaande tutorial lichten we kort toe hoe dit in zijn werk gaat.

Een leeg sjabloon vind je hier.

(Her)ontwerp je module kasteelmodel_definitief

Tips bij het (her)ontwerp_definitief

Referenties

Fink, L. D. (z.d.). A Self-Directed Guide to Designing Courses for Significant Learning. 37.

Instructieactiviteiten organiseren: Wat zegt breinleren?

Wat is het?

We hebben kennis nodig over hoe de hersenen werken om te begrijpen hoe we leren.

Waarom is het belangrijk?

Kennis over het brein en hoe we leren geeft ons belangrijke inzichten in hoe we best instructieactiviteiten opzetten.

Hoe doen?

In onderstaande poster komen 10 concrete tips aan bod rond hoe we onze instructieactiviteiten best vormgeven om studenten optimaal te ondersteunen in hun leerproces.

The-Principles-of-Instruction-InfographicBron: Caviglioli, O. (2016, 4 januari). Prinicples of instruction. Opgehaald van https://teachinghow2s.com/blog/principles-of-instruction

Een speeddate met de onderwijsliteratuur en wat je kan meenemen naar je eigen praktijk.

‘Evidence-based practice’ ook in het onderwijs? Jazeker, een speeddate met een aantal onderwijskundigen van wie hun onderzoek heeft geleid tot belangrijke inzichten in de onderwijskundige literatuur en het onderzoek.

Wat kan jij hiermee? Klik op de bolletjes voor meer informatie.

Meer weten en bron? Deze infographic hebben wij hier gespot, je krijgt er nog wat meer duiding bij.