Header Image - TEACHER LAB

Timesaver voor de verbetering van Excel-oefeningen

by elke.ruys@howest.be

Docent Dieter Van Houtte van de opleiding Bedrijfsmanagement en Accounting Administration deelde met ons zijn timesaver voor de verbetering van Excel-oefeningen.

“Er was heel wat te doen rond Excel cijferoefeningen in Canvas. De lockdownbrowser laat dit niet toe. Anderzijds is het spijtig als je alles op papier op de campus zou doen aangezien je dan veel verbeterwerk enz hebt en Canvas daar nu juist een grote hulp bij kan zijn. Hieronder heb ik een win-win situatie uitgewerkt voor cijferoefeningen:
Studenten krijgen een opdracht op papier (dat werkt ook gemakkelijker), lossen oefeningen op papier op, maar moeten cijfers ingeven via ‘toetsen’ onder lockdown browser. Mits voldoende kleine vragen en een opbouw in de moeilijkheid van de vragen, kan je hier dan een Canvas invuloefening rond maken. Als docent kan je zelf foutmarges instellen. Het verbeterwerk wordt dan eigenlijk gereduceerd tot hier en daar een vraag controleren.”

In onderstaand filmpje geeft Dieter verdere uitleg.

OneNote Class Notebook als stagetool

by Basiel.Bonne@howest.be
Tekstvak: EdHub

In deze infofiche wordt verduidelijkt hoe je OneNote kan gebruiken als stagetool voor lectoren en studenten. Er wordt gekeken wat het precies is, hoe het werkt en wat de voor- en nadelen zijn.  Ten slotte wordt ook het opzet bekeken om OneNote als stagetool te hanteren en maak je gebruik van de plug-in OneNote Class Notebook.

Schermopname met uitleg rond OneNote Classnotebook als stagetool.

Bekijk hier de toelichting van Class Notebook via een schermopname en/of lees de informatie in de infofiche hieronder.

Wat is het?

OneNote Class Notebook is dus hetzelfde als OneNote maar met een specifieke plug-in. Het handige van deze plug-in is dat je voor elke student een eigen sectie kan aanmaken. Dit is als het ware een notitieblok die enkel toegankelijk is voor de docenten en de specifieke student.

Het principe van de OneNote notitieblokken blijft dus behouden met de secties als enige verschil. De secties kunnen automatisch aangemaakt worden aan de hand van de instellingen van OneNote.

Graphical user interface, text, application

Description automatically generated

De basiswerking van Class Notebook

De startpagina bestaat uit een aantal vaste onderdelen in de vorm van verschillende tabbladen. Eerst en vooral vind je alle gekoppelde studenten terug in alfabetische volgorde. Dit komt overeen met de stagemap van de student. Ten tweede is er ook een plek die enkel toegankelijk is voor de lectoren. Vervolgens is er een inhoudsbibliotheek. Het is een tabblad waarin studenten materiaal kunnen lezen en opvragen, maar niet in kunnen bewerken. Ten slotte is er ook een samenwerkingsruimte. De pagina’s die hier aangemaakt worden zijn wel voor elkaar zichtbaar.

Graphical user interface, application

Description automatically generated

Alle gekoppelde studenten (in alfabetische volgorde)

Wanneer je op één van de namen klikt kom je terecht in de stagemap van deze student. De docent kan hier op voorhand al tabbladen opstellen die overeenstemmen met de verschillende stageperiodes doorheen de opleiding. Dit geeft als voordeel dat ontwikkeling van dichtbij opgevolgd kan worden. Een tweede voordeel is wanneer meerdere collega’s dezelfde student moeten beoordelen. Alle informatie zit samen. Hierdoor kan iedereen het makkelijk controleren.

Graphical user interface, application, Word

Description automatically generated

Elk tabblad bestaat ook uit een reeks pagina’s. Hoewel deze pagina’s best door de student worden aangemaakt kunnen ze ook geautomatiseerd worden door de lector. Het zijn de elementen die vroeger in de klassieke papieren stagemap terechtkwamen zoals de registers, reflectieverslagen, lesvoorbereidingen, … Het grote voordeel van deze werkwijze is de mogelijkheid om makkelijk feedback te geven op alle documenten die de studenten hierin plaatsten.

Wanneer de docent aanpassingen maakt en opslaat in het document zal het automatisch synchroniseren met OneNote en melding geven aan de student.

OPGELET: wanneer de docent en student een document tegelijkertijd openen, werk je niet in een gedeeld document. Op die manier creëer je conflicterende wijzigingen.

Graphical user interface, application, Word

Description automatically generated

Om bepaalde media toe te voegen aan een pagina klik je op insert. Vervolgens zijn er meerdere interessante opties die feedback geven vergemakkelijken.

  1. Audio: OPGELET: begint meteen op te nemen na het indrukken van de knop
  2. Beeld: OPGELET: De video wordt opgenomen via webcam. Er is geen functie tot schermopname.
  3. Link: externe koppelingen naar een website
  4. Online video: link naar online beeldmateriaal
Graphical user interface, application, Word

Description automatically generated

Samengevat kunnen we stellen dat er een drietal grote voordelen zijn aan deze online stagemap. Ten eerste is het een handig vorm van communiceren met de student. Ten tweede hebben alle docenten hetzelfde overzicht van de student, waardoor ze ook elkaars feedback kunnen lezen en de evolutie van dichtbij opvolgen door de jaren heen. Tot slot bestaan er heel wat handige functies om feedback te bezorgen aan de student.  Wanneer er aanpassingen gemaakt worden in de documenten wordt dit ook telkens vermeld aan de student of docent.

Alleen docenten

Wanneer we terugkeren naar de startpagina is er een tabblad ‘Alleen docenten.’ Een ruimte waar studenten geen toegang tot hebben. Docenten kunnen hier communiceren met elkaar zonder dat het zichtbaar is voor de studenten. Dit kan handig zijn om bijvoorbeeld stagebezoeken te regelen of om moeilijke evaluaties te bespreken met elkaar.

Graphical user interface, text, application

Description automatically generated

Hier kan de docent ook de structuur van de stagemap klaarzetten. Het gaat over de verschillende tabbladen en pagina’s. Nadien bestaat er de optie om deze structuur te pushen naar de studenten. Hiervoor selecteer je een pagina en klik je op Class Notebook. Vervolgens ga je naar Distribute en kan je kiezen naar welke stagegroep je de structuur doorstuurt. (Vb. Stagegroep 2)

Graphical user interface, application

Description automatically generated

Deze methode is wel tijdsintensief, omdat je iedere pagina individueel naar elke stagegroep moet doorsturen. Omwille van deze reden wordt er vaak geopteerd om de studenten zelf de structuur van de stagemap te laten opbouwen.

Met de functie individual and group distribution is het mogelijk om de structuur op te dringen aan afzonderlijke studenten. Wanneer het aanmaken van een stagemap voor iemand moeilijker verloopt vormt dit een goeie oplossing.

Graphical user interface, application

Description automatically generated

Deze functies kunnen ook toegepast worden voor het doorsturen van bepaalde documenten of aanpassingen van stagedocumenten.

Inhoudsbibliotheek

We keren opnieuw terug naar de startpagina. Ditmaal klikken we op het tabblad ‘inhoudsbibliotheek’. Het is een ruimte waarin studenten materiaal kunnen lezen en opvragen. Het gaat meestal om documenten met betrekking tot de stage, zoals voorbeelden van goeie lesvoorbereidingen, richtlijnen rondom onderwijskunde, hulpdocumentatie, … De studenten kunnen deze documenten raadplegen maar niet bewerken.

Hoe je de inhoudsbibliotheek het beste kan gebruiken wordt mooi geïllustreerd door L.O. Per sport werd er een pagina opgemaakt met voorbeelden en lesdocumentatie. Dit is handig voor de studenten omdat ze steeds toegang hebben tot een soort database en handig voor de docenten omdat ze het steeds kunnen updaten. Het blijft jaar na jaar beschikbaar.

Graphical user interface, text, application

Description automatically generated

Samenwerkingsruimte

Op de startpagina zien we nog een laatste tabblad, namelijk ‘samenwerkingsruimte’. De plaats waar studenten kunnen samenwerken. In tegenstelling tot de stagemappen kunnen ze hier wel pagina’s aanmaken die zichtbaar zijn voor hun medestudenten. Het is hierdoor de perfecte tool wanneer er sprake is van duostage. De docent maakt een pagina aan waar enkel deze twee studenten toegang te hebben en waarin ze kunnen communiceren.

Om een samenwerkingsruimte te creëren, klik je eenvoudigweg op het plussymbool. Vervolgens kan je een titel bepalen.

Graphical user interface, text, application

Description automatically generated

Nu is dit tabblad zichtbaar voor alle studenten. Om het enkel toegankelijk te maken keer je terug naar het portal. Vervolgens ga je naar het beheer van de stagemap en bij de functie machtigen van samenwerkingsruimte kan je de toegang aanpassen. Onderaan kan je de toestemming geven aan de andere studenten om het document te kunnen lezen, maar niet aan te passen.

Graphical user interface, application, Word

Description automatically generated
Graphical user interface, application, Word

Description automatically generated
Graphical user interface, application, Word

Description automatically generated
Graphical user interface, application, Word

Description automatically generated

In het aanpassingsscherm is er ook een mogelijkheid om een koppeling voor externen toe te voegen. Mits toestemming van de student wordt deze koppeling gebruikt om de volledige stagemap van de student te raadplegen. Dit kan eventueel door een mentor maar is een ‘alleen lezen’ functie.

Bestandsgrootte Class Notebook

De notitieblokken van Class Notebook groeien vrij snel in omvang waardoor ze heel wat bestandsruimte kunnen innemen. Dit is zeker het geval wanneer er sprake is van grotere of meerdere lesgroepen. Een van de redenen hiervoor is dat alle bestanden gecachet worden. Ze zijn met andere woorden offline raadpleegbaar.

OneNote maakt standaard ook twee back-uppen van het notitieblok. Om deze functie af te zetten klik je op file, vervolgens options en save and back-up

Hier vink je de optie af om het notitieblok op te slaan op de harde schijf of om het aantal back-uppen te verminderen.

Een andere optie is om enkel in de online-versie te werken. Dit neemt natuurlijk geen bestandsruimte in beslag maar daartegenover staat dat het notitieblok niet raadpleegbaar is zonder internetverbinding. Bij het bewerken van documenten moet je het ook iedere keer opnieuw downloaden en uploaden.

Class Notebook als stagetool

In Class Notebook wordt een notitieblok aangemaakt waar je studenten aan toevoegt. Dit functioneert als stagemap. Aan deze notitieblok kan een bepaalde structuur gegeven. Enerzijds door de student, anderzijds door de docent die deze structuur doorduwt. In deze notitieblok kunnen student en lector samenwerken, lectoren onder elkaar of studenten onder elkaar.

Meer weten?

Neem contact op met basiel.bonne@howest.be of edhub@howest.be

Gespreksvaardigheidstraining optimaliseren

Lessons learned uit Design class en PWO SPACE, Toegepaste psychologie

Binnen de opleiding Toegepaste Psychologie is het cruciaal dat studenten uitblinken in gespreksvaardigheden, gezien de psychologisch consulent vooral via het gesprek gedrag zal onderzoeken en beïnvloeden. In het PWO project “SPACE” (*)namen Elia Wyverkens en Mathew Maginet deze gespreksvaardigheidstraining onder de loep en trachtten ze deze te optimaliseren door o.a. het inzetten van nieuwe technologie. Het project was tweeledig, enerzijds werd getracht een virtuele cliënt te ontwerpen door het inzetten van kennis over chatbots en conversational artificial intelligence (AI). Anderzijds werd de leeromgeving herontworpen door o.a. het opzetten van digitale leerpaden.

Het herontwerpen van de gespreksvaardigheidstraining gebeurde in samenwerking met de dienst onderwijs a.d.h.v. een Design Class. Gedurende academiejaar 2020-2021 werd de nieuwe leeromgeving voor het eerst uitgetest met eerstejaarsstudenten TP en werd feedback van studenten over de werkwijze verzameld.  

In deze blogpost delen Elia en Mathew graag met jullie vijf lessons learned van dit traject. Collega’s die geïnteresseerd zijn in studiemateriaal voor gespreksvaardigheidstraining, kunnen contact met hen opnemen.

* Onderzoeksproject PWO SPACE loopt van december 2018 tot augustus 2021 en stelt tot doel om gespreksvaardigheidstraining te optimaliseren. Dit project wordt geleid door de opleiding TP, in samenwerking met de opleiding DAE.

Lessons learned:

TIP 1: Bouw stelselmatig op

Uit literatuuronderzoek bleek reeds de effectiviteit van de cumulatieve microtrainingsmethode (CMT) in het aanleren van gespreksvaardigheden (Adema, 2002). Dit houdt in dat men begint met het leren van één vaardigheid, en in elke volgende oefenronde een vaardigheid wordt toegevoegd. Deze opbouw werd dan ook toegepast in de training; met grosso modo volgende structuur: (1) herhaling, (2) videovoorbeeld met nabespreking, (3) theorie met individuele verwerkingsoefening, (4) rollenspel en nabespreking, (5) formuleren leerdoelen of evalueren aan de hand van rubrieken.

Student: “Goed dat je in het begin stap voor stap iets nieuws leert elke les en dat je elke week kan oefenen”

TIP 2: Laat studenten het leren in eigen handen nemen.

In de vernieuwde leeromgeving werden leerpaden ontwikkeld die studenten zelfstandig konden doorlopen om zich de theorie eigen te maken. Dit maakte het mogelijk om op eigen tempo te leren of te herhalen. Studenten die merkten dat ze bepaalde technieken nog niet goed beheersten, konden de leerpaden opnieuw doorlopen en hier werd dan ook naar verwezen door de lector. Op die manier was ook differentiatie beter mogelijk, bij een erg heterogene groep eerstejaarsstudenten.

Student: “Goed om een houvast te hebben mocht je eens iets niet meer goed weten of niet zo goed begrijpen. Ook handig indien je wat fouten hebt gemaakt tijdens het oefenen om terug te kijken naar wat er precies bedoelt wordt met bv empathisch gissen “

Student: “De leerpaden maken het iets makkelijker om stap voor stap alles zelfstandig te verwerken.”

Student: “Ik vind het heel handige opdrachten zo kan je jezelf eens bezig zien en weten wat je sterktes en zwaktes zijn, waardoor je eraan kan werken.“

TIP 3: Geef studenten zicht op hun eigen en elkaars groeiproces.

Door middel van self-assessment en peer-assessment werden studenten van meet af aan betrokken in het evalueren van gespreksvaardigheden volgens rubrieken die we stelselmatig opbouwden. Dit zorgde ervoor dat studenten beter zicht kregen op hun eigen groeiproces. Daarnaast zagen de lectoren ook dat de studenten betrokkenheid voelden in elkaars groeiproces, mogelijks versterkt door de Coronatijden, waarin de behoefte aan verbondenheid groot was.

Student: “ik vind onze oefeningen goed. We krijgen echt de kans om onszelf te verbeteren. We kunnen veel vragen stellen en iedereen respecteert elkaar. Iedereen helpt elkaar.”

Student: “Ik vind het heel leuk om te evolueren hierin en anderen te zien evolueren.

TIP 4: Bied een veilig labo aan.

De “SPACE” die Elia en Mathew voor ogen hadden met dit project staat symbool voor het aanbieden van ruimte om te oefenen, te proberen, te falen en zich te verbeteren. De sleutel hiertoe is het aan de lijve doen, ondervinden en bijsturen (cfr. “I hear and I forget, I see and I remember, I do and I understand”). In de training is het bewaken van de oefentijd erg belangrijk en we kozen er ook voor om een voldoende lang traject aan te bieden, zodat er de mogelijkheid is voor studenten om te blijven groeien.

Student: “Ik vind de werkcollege super! Je leert sneller en beter wanneer we het in de praktijk doen. Het geeft ons (in mijn ogen) meer zelfvertrouwen en we zijn minder bang om fouten te maken want we leren er direct uit.”

Student: “Ik vind het leuk dat we voldoende tijd krijgen om de gespreksvaardigheden in te oefenen. Het is een soort ‘labo’. We hebben tijd en ruimte om onze technieken te kunnen uitoefenen en verbeteren.

TIP 5: Focus op nut en authenticiteit.

Studenten gaven heel duidelijk aan dat ze ervaarden hoe essentieel dit onderdeel is in hun opleiding, wat bijdroeg aan hun motivatie. Door te werken met realiteitsgetrouwe casussen, konden de lectoren ook de authenticiteit zoveel mogelijk benaderen. De lectoren gaven voorbeelden van echte therapeutische gesprekken, waardoor het duidelijker was welk eindresultaat ze met de opleiding voor ogen hebben.

Student: “Bij dit onderdeel heb ik echt het gevoel dat ik opgeleid word als psychologisch consulent.”

Student: “Ik vind dit zeer nuttige lessen. Het is leuk om al eens te proeven van het aangaan van gesprekken als psychologisch consulent.”

Student: “Ik vind de huisopdrachten wel zinvol en dat zorgt ervoor dat ik gemotiveerder ben om deze tot een goed eind te brengen.“

Meer weten?

Wil je meer te weten komen over PWO Space, de leeromgeving op Leho, ons studiemateriaal, de virtuele cliënt, neem dan contact op met Elia Wyverkens (TP) of Mathew Maginet (TP) via: elia.wyverkens@howest.be; <Mathew.Maginet@howest.be>

Portfolium: dé tool om een portfolio vorm te geven

Portfolium: wat?

Sinds november 2020 is een nieuwe tool gekoppeld aan Canvas namelijk Portfolium. Aan de hand van deze tool kunnen studenten hun opdrachten en werken centraliseren, en later ook gaan presenteren aan toekomstige werkgevers of stageplaatsen.

Mogelijkheden

Enkele mogelijkheden van de tool staan hieronder opgelijst.

  • De tool is geïntegreerd in Canvas. Opdrachten en taken vanuit Canvas kunnen dus rechtstreeks in het portfolio worden toegevoegd.
  • Een pluspunt is dat een student ook na afstuderen een beroep kan doen op zijn portfolio via export of permanente toegankelijkheid. Het portfolio is gekoppeld aan de leeromgeving, maar staat daar ook los van en blijft beschikbaar.
  • Een student kan aan externen toegang verlenen tot zijn portfolio (of een deel daarvan).
  • Een student kan zijn portfolio linken aan andere professionele netwerken bv. LinkedIn.
  • Portfolium laat toe om een diversiteit aan opdrachten bv. documenten, audio-visuele werkstukken, fotoreportages mooi weer te geven én om een combinatie van werkstukken in één opdracht te integreren.

Hoe een portfolio-profiel aanmaken?

Hieronder wordt geschetst hoe je een profiel kan aanmaken op Portfolium, taken kan uploaden en hoe je jouw profiel aan Canvas kan linken.

Stap 1: ga naar Leho – instellingen – folio en klik op jouw naam. Nu word je doorverwezen naar de tool.

Stap 2: Voeg eventuele opdrachten/ taken toe. Klik op ‘add new project’ om eender welke taak toe te voegen. Aan de taak kunnen ook tags, een beschrijving of categorieën worden toegevoegd.

Stap 3: Connecteer je profiel aan Canvas. Ga naar ‘me’ – ‘settings’. Klik op ‘import data’. Nu kan je jouw profiel verbinden aan Canvas. Wanneer je doorklikt, kan je kiezen welke taken je vanuit Leho uploadt op jouw profiel.

Wordt vervolgd…

Momenteel experimenteert de werkgroep ‘portfolio’ met de mogelijkheden van de tool. Binnenkort zal een leerpad met tutorials gelanceerd worden zodat jullie de mogelijkheden en eventuele beperkingen van de tool op een gestructureerde manier kunnen ontdekken. Maar niets houdt jullie tegen om zelf op ontdekking te gaan!

Andere relevante tips

Een leer-, evaluatie- of showcase instrument: Driemaal portfolio!

Gebruikerstips Wooclap

Eerder publiceerden we deze blogpost waarin we jullie aan de hand van enkele concrete tutorials lieten kennismaken met Wooclap. Wooclap is een online stemtool om jouw lessen of events interactiever te maken. Bekijk zeker deze eerdere blogpost eerst indien je Wooclap nog niet zou kennen.

Hieronder volgen drie concrete gebruikerstips om je Wooclap-ervaring nog verder te verbeteren.

1: Antwoorden met afbeeldingen

Soms kan het nuttiger/efficiënter zijn om studenten te laten antwoorden met een afbeelding. Denk maar aan een foto die ze nemen van hun schets, wiskundige bewerking, brainstorm… Of het kan een leuke afwisseling zijn om de studenten op een andere manier te laten antwoorden. Bvb. geef een voorbeeld van een stereotype, geef een voorbeeld van een participatiedrempel…

Via de vraagtypes ‘open vraag’ en ‘woordwolk’ kan je via de instellingen van de vraag beelden toelaten.

De studenten krijgen vervolgens de optie om niet enkel een antwoord te typen, maar ook om een foto te verzenden door op het fototoestelletje te klikken. Wanneer ze dit op een pc doen, openen hun bestanden. Ze dienen dus eerst de foto in hun bestanden te hebben opgeslagen. Wanneer ze dit op hun smartphone doen, kunnen ze er ook voor kiezen om rechtstreeks een foto te maken. Afhankelijk van het doel van je vraag, is aan te raden om studenten met hun smartphone te laten werken.

2: Vergelijk de resultaten in real time

Vergelijken binnen één event

Soms is het interessant om een zelfde vraag die je aan het begin van je les stelde te herhalen aan het einde van je les en de resultaten met elkaar te vergelijken. Dit kan met volgende vraagtypes: Multiple choice, open vraag/woordenwolk met correct antwoord, vind een nummer en beoordeling.

Hiervoor doorloop je volgende stappen:

1: Dupliceer de vraag die je wilt vergelijken. Op deze manier zijn de vragen gekoppeld aan elkaar.

2: Als je in presentatiemodus bij de tweede vraag (gedupliceerde vraag) aankomt zal er een extra knop verschijnen: “vergelijking”. Klik hier op om de vergelijking met de vorige vraag te maken.

Vergelijken tussen twee events

Misschien vind je het wel interessant om twee events in real time met elkaar te vergelijken. Bijvoorbeeld twee verschillende klasgroepen of de resultaten van de studenten van dit jaar te vergelijken met deze van vorig jaar. Het extra competitie-elementje dat je zo toevoegt, kan voor extra betrokkenheid bij je studenten zorgen.

(noot: Weet dat je competitie binnen een event ook eenvoudig kan toevoegen, door de wedstrijdmodus in te schakelen (zie tutorial 1 in vorige blogpost))

1: Klik op de drie bolletjes naast een event en klik op ‘vergelijken’. Je event wordt vervolgens gedupliceerd en gekoppeld aan het origineel.

2: Wanneer je de resultaten in real time toont in het gedupliceerde event zal je de extra knop ‘vergelijking’ zien. Door hierop te klikken, vergelijk je de resultaten van beide sessies.

3: Een event delen met een collega

Wil je een event delen met een collega, dan ga je naar de ‘eventinstellingen’.

Zet vervolgens de schakelaar aan bij “Deel dit evenement…”. De code die je moet delen met je collega staat daar afgebeeld.

Je collega kan vervolgens je event importeren door in zijn eigen Wooclap te klikken op ‘importeer evenement’. Hij of zij geeft de code in die je eerder gaf.

Enkele aandachtspunten hierbij zijn:

1: De code is dezelfde als de deelnamecode. Studenten zouden hier eventueel misbruik van kunnen maken door zelf aanpassingen door te voeren in jouw event. Om dit vermijden, schakel je best de optie “Deel dit evenement…” enkel in op het moment dat je collega het importeert. Nadien schakel je de optie weer uit.

2: Spreek goed af met je collega wat hij of zij met jouw event mag doen. Mag hij/zij resultaten resetten, resultaten laten aanvullen met de resultaten van zijn/haar studenten? Of is het de bedoeling dat hij jouw event dupliceert en verder gaat in zijn eigen event? Heb je schrik om je resultaten te verliezen, dan kan het een goed idee zijn om zelf enkel een duplicaat van je event te delen en niet het origineel.

Heb je zelf een interessante gebruikerstip die je wenst te delen?

Neem contact op met elke.ruys@howest.be

Bronnen

  • Eigen ervaringen met Wooclap.
  • Uitwisseling van Wooclap-ervaringen met Dieter Cortvriendt (Arteveldehogeschool Gent) en Jan Velghe (UGent).

Andere relevante blogposts

Wooclap, een veelzijdige online stemtool voor live sessies

Online brainstorm met Miro

Ook wanneer we online lesgeven willen we de interactie met onze studenten optimaal laten verlopen. Een goede brainstorm met de studenten lijkt online echter moeilijk te organiseren. LIJKT, want mits het gebruik van een goede tool is ook dit goed haalbaar. Ook voor online overleggen met collega’s kan dit zeer nuttig zijn. In deze blogpost laten we je kennismaken met Miro.

Waarom Miro?

Miro is een online whiteboard voor samenwerking. Uiteraard is het niet de enige tool in zijn soort. Andere zeer gekende tools zijn bijvoorbeeld Mural, Microsoft Whiteboard en Padlet. Deze blogpost wil geen uitgebreide vergelijking maken tussen deze vier tools. We focussen meteen op Miro om volgende redenen: (1) de tool heeft veel mogelijkheden om diverse soorten brainstorms te organiseren, (2) de tool is volledig gratis voor onderwijsinstellingen en (3) de tool is het meest gekend bij de auteur van deze blogpost ;).

Wil je toch graag meer weten over het verschil met andere brainstorm boards? Dan zetten volgende linken jou zeker op weg:

Wat kan je doen met Miro?

Zelf heb ik de tool leren kennen via de Howest Strategiedag van februari 2021. Miro werd er ingezet om in kleine groepen ideeën samen te brengen, te selecteren en te komen tot gemeenschappelijke conclusies. De tool heeft heel wat mogelijkheden. Je kan werken met online post-its, mindmaps, mensen laten stemmen op ideeën, SWOT-analyses… Je krijgt een oneindig canvas dat je zelf en met anderen vorm kan geven. Je hoeft hierbij niet van 0 te beginnen, maar kan gebruik maken van één van de vele kant en klare sjablonen (de templates). Miro kan je ook integreren binnen je Teams-omgeving.

Voorbeeld van een Miro mindmap:

10 gratis whiteboard-tools voor online vergaderen & brainstormen -  Frankwatching
Bekkema, S. (2020). [Miro mindmap]. https://www.frankwatching.com/archive/2020/04/01/whiteboard-tools-gratis-online-brainstorm/

Hoe werkt het?

Eén nadeel wel: door de vele mogelijkheden is het ook iets minder intuïtief in gebruik. Vooraleer hiermee aan de slag te gaan, bekijk je best enkele tutorials en experimenteer je er zelf even mee. Hierdoor zal je minstens het basisgebruik van Miro snel onder de knie hebben. De tutorial “Getting started with Miro” zet je op weg.

Nog een kleine extra tip: Vind je het storend om steeds de bewegende cursors van de andere deelnemers te zien? Dit schakel je eenvoudig uit door te klikken op het pijltje links van je initialen in de rechter bovenhoek.

Hoe een gratis account aanmaken?

Om gratis van alle opties van deze tool gebruik te kunnen maken dien je je te registreren voor een education account. Dit kan via deze link.

Bronnen

Andere relevante blogposts

Maak een mindmap.

Flashcards

by elke.ruys@howest.be

Ondersteun memorisatie bij je studenten

Wat is het?

Hoeveel nadruk we ook leggen op inzicht en toepassing, ook in het hoger onderwijs is het memoriseren van concrete leerinhouden noodzakelijk. Denk maar aan het onthouden van historische data, medische termen, Engelse woordenschat, vakterminologie… Het memoriseren van dergelijke inhouden is vaak uitdagend.

Om dit proces te vergemakkelijken, zijn allerlei technieken mogelijk. Het gebruik van Flashcards of Flipkaarten is daar één van. Misschien komen er nu wel herinneringen terug aan je eigen tijd in het eerste leerjaar, waar je aan de hand van eenvoudige flipkaartjes in een doosje je eerste woordjes leerde lezen?

Naast dergelijke papieren versies zijn er ook allerlei apps waarmee je flashcards kan ontwikkelen. Deze bieden vaak nog wat extra functies om het leren te ondersteunen in vergelijking met de papieren versies.

Hoe doen?

Er bestaan diverse kwalitatieve apps. Voor een overzicht kan je bijvoorbeeld terecht op deze blog. Verschillende van deze apps zijn echter niet volledig gratis en ook niet alle apps maken gebruik van de functie “Spaced Repetition”. Eén app die hier wel aan voldoet is ANKI. De lay-out is helaas niet zo aantrekkelijk, maar de app is zeer krachtig voor het ondersteunen van memorisatie.

Na het downloaden, kan je onderstaande tutorial raadplegen om meer te weten te komen over het gebruik. De tutorial is vrij uitgebreid en geeft vanaf minuut 6 ook enkele meer gevorderde tips. Er zijn ondertussen ook enkele kleine updates, maar het principe blijft hetzelfde.

Waarom belangrijk?

Zoals hierboven vermeld maakt Anki gebruik van het principe Spaced Repetition. Deze leerstrategie verwijst naar het belang van regelmatige herhaling om kennis in het langetermijngeheugen op te slaan. Niet enkel de herhaling an sich is belangrijk, ook de timing van de herhaling beïnvloedt de leerresultaten. Wie opnieuw getriggerd wordt om te herhalen enkele dagen nadat de les gegeven werd, vergeet immers trager. Eigenlijk moeten we dus eerst een stukje vergeten om het herhalingseffect optimaal te laten renderen. Deze principes kwamen reeds aan bod in een eerdere blogpost en werden eveneens toegelicht door key-note Tim Surma op de interne studiedag van januari 2021.

Bronnen

Deze blogpost is gebaseerd op een tip van lector Kurt Seys van de bachelor Toegepaste informatica.

Surma, T. (2021, 5 januari). Wijze lessen: Bouwstenen voor effectieve digitale didactiek. https://studenthowest.sharepoint.com/sites/staff/OND/Onderwijsprofessionalisering/Interne%20studiedag%20%20januari%202021/Inleiding%20en%20key-note.mp4

Andere relevante blogposts

Tips and trics om “spaced learning” te ondersteunen bij studenten

3, 2, 1, Differentiëren!

1) Differentiëren, hoe begin ik er nu eigenlijk aan?

Voor je start met differentiëren, breng je best de competenties van de studentengroep waaraan je lesgeeft, ofwel de beginsituatie, in kaart. Dit doe je niet enkel bij de start van jouw OLOD, maar best bij het begin van elke les.

Volgens Struyven et al. (2015) zijn er vier studentenkenmerken die relevant zijn binnen de leercontext van studenten: (1) competenties, (2) interesses, (3) leervoorkeuren en leertempo en (4) achtergrondkenmerken. Voor meer informatie, zie de tabel hieronder. Inzicht in deze aspecten geeft jou een indicatie waar je moet beginnen, en kan studenten inzicht geven waar ze zich bevinden en waar ze naartoe moeten.

Competenties Interesses
Cognitieve: vaardigheden om intelligentie optimaal te benutten (info opslaan, verwerken, verbinden, problemen oplossen)

Metacognitieve
: kennis over het eigen leren

Sociaal-affectieve: de motivatie, het omgaan met anderen, omgaan met gevoelens

(Psycho-)motorische
: fysieke vaardigheden, zowel grove als fijne motoriek
Interesses, passies, huidige trends die leven bij de studentengroep waaraan je lesgeeft.
Leervoorkeuren en leertempo Achtergrondkenmerken
De manier waarop studenten graag en/of goed leren (’s ochtends of ’s avonds, alleen of samen, op papier of digitaal, al doende of al luisterend, visuele schema’s of samenvattingen in woorden, van detail > overzicht of van overzicht > detail, enz.)

Leertempo: snelheid waarmee wordt geleerd
Grootste kracht = variatie in didactische aanpak.
Waar je d.m.v. onderwijs niets of weinig kunt aan veranderen (bv. afkomst, cultuur, thuistaal, socio-economische achtergrond).

Let wel: wanneer je als lector differentieert, speel je niet altijd in op één bepaalde categorie van studentenkenmerken, maar dikwijls op verschillende differentiatievragen tegelijk.

Wat is differentiatie?

Onze studentenpopulatie kent een grote diversiteit: studenten verschillen van elkaar in interesses, talenten, voorkennis, culturele achtergrond, denkvaardigheden, zelfredzaamheid, sociale omgang, affectieve vaardigheden, enz. Dat maakt het leerproces uniek voor elke student, maar maakt het voor jou als lector soms een pittige uitdaging om les te geven.

Binnen Howest zien we differentiatie als een onderwijskundige manier om met deze diversiteit om te gaan (didactisch handelen). Differentiatie gebeurt aan de hand van de 3 P’s:

  • Positief en Proactief: de lector (h)erkent de verschillen tussen studenten en benut deze binnen zijn of haar lespraktijk.
  • Planmatig: differentiatie gebeurt op een doordachte manier, met duidelijke doelstellingen die consequent worden gehanteerd.

Volgens het model van Struyven et al. (2019) onderscheiden we volgende soorten differentiatie:

  • Externe differentiatie: differentiatie op het niveau van de onderwijsinstelling en/of opleiding(en). Hierbij komt extra onderwijskundige en praktische organisatie bij kijken (bv. aangepaste roostering, aangepaste begeleiding en evaluatie, begeleidingsdocumenten, etc.). Dergelijke vormen van differentiatie worden dus best ruim op voorhand voorbereid, in samenspraak met de opleidingsdirecteur en de dienst onderwijs. Bv. een honoursprogramma waarbij een project in samenwerking met het werkveld een of meerdere OLODs vervangt (bv. honoursprogramma in Hangar K met de opleidingen Devine, IPO en DAE).
  • Interne differentiatie: differentiatie op lesniveau door als lector proactief in te spelen op verschillen tussen studenten.
    • Inhoud: differentiëren op vlak van de leerinhouden en/of de doelstellingen;
    • Proces: differentiëren binnen de aspecten van een krachtige leeromgeving: de didactische werkvormen, media/onderwijsleermiddelen, groeperingsvormen en/of opvoedingsrelatie;
    • Product: differentiëren op vlak van evaluatie.

Binnen deze drie aspecten kun je gaan differentiëren op vlak van niveau (verschillen in cognitieve vaardigheden: bv. intelligentie, metacognitieve vaardigheden, leervoorkeuren), tempo (verschillen in de snelheid van verwerving en/of verwerking van leerstof) en interesses.

Interne differentiatie is dus gerelateerd aan elk onderdeel van het didactisch model van De Corte (Standaert, 2012): de beginsituatie, doelstellingen, onderwijsleeromgeving (didactische werkvormen, opvoedingsrelatie, leerinhouden, media) en evaluatie.

Hoe leer je jouw studenten professioneel e-mailen?

Al even terug werkte de cel Taalbeleid een e-mailcharter uit voor Howest. Elk jaar verspreidt de dienst Communicatie een voorbeeld-e-mail en bijhorende checklist aan elke student via de steekkaarten tijdens de kick-offweek. Maar hoe breng je dat materiaal effectief tot bij je studenten? En hoe zorg je ervoor dat ze er gebruik van maken, zeg maar, de richtlijnen toepassen? Daarvoor hebben ze jou nodig, en niet te vergeten: je team!

Wat kan je doen?

Deze activiteit kan je organiseren in de kick-offweek. Of kijk in welk opleidingsonderdeel je een uurtje vrij hebt om je studenten te leren e-mailen. Hier staat een eenvoudige introductieles voor je klaar die je naar eigen goeddunken kan aanpassen op maat van je opleiding.

Waarom je studenten leren e-mailen?

Professioneel communiceren per e-mail is voor elke opleiding nuttig. We versturen en lezen allemaal wel een hoop e-mails per dag en hebben er baat bij als die zo helder mogelijk zijn want dan verliezen we geen tijd. Bovendien is een e-mail ook een uithangbord van je organisatie, bijvoorbeeld van je opleiding en van Howest.

Hoe doe je het?

Al doende leren studenten vlot. Je geeft je studenten een oefening waarmee ze in een levensechte situatie leren om een e-mail te schrijven. Wellicht zullen de meesten denken dat ze dat al kunnen. Laat hen eerst het voorbeeld op de steekkaarten grondig bekijken. Bespreek het eventueel met hen.

Ze schrijven in de les een e-mail naar een medestudent die een bepaalde functie in de oefening vervult, maar vooraleer ze de mail versturen, moeten ze die grondig nalezen op basis van de checklist in de steekkaarten. Dat lijkt eenvoudig, maar je begeleidt je studenten daar best even bij. Laat hen bijvoorbeeld grondig naar de onderwerpregel kijken, of naar de aanspreking. Staan er geen typefouten in de mail? Is er een afsluitende groet? Vergeten ze naam en functie niet? Enzovoort. Daarna versturen ze hun mail naar de geadresseerde. Ook die student, de ontvanger dus, leest de e-mail na via de checklist.

Na afloop vraag je van enkele studenten die dat willen doen om hun mailtjes door te sturen naar jouw mailbox. Je projecteert die en bespreekt die op het einde van je les aan de hand van de checklist. Wat hebben die studenten goed gedaan? Wat liep moeilijker? Op die manier sluit je af met enkele tips voor succesvolle en professionele e-mails.

Wat is dan de rol van je team?

Eenmaal je studenten deze les gekregen hebben, komt je team op de proppen. Je zorgt ervoor dat je teamleden goed op de hoogte zijn van wat in de e-mailchecklist staat. Als studenten mailen naar een van je teamleden, is het belangrijk dat elk teamlid de eerste weken reageert met een standaardmail als de mail niet professioneel is volgens de richtlijnen. Wedden dat je studenten binnen de maand met succes degelijk e-mailen? En nog een bijkomend voordeel: ook je teamleden zullen discussiëren over wat nu een degelijke e-mail is!

Andere relevante blogposts

Leer je studenten schrijven