Header Image - TEACHER LAB

Groepsreflectie via supervisie

Wat is het?

Supervisie is een leertraject waarbij studenten reflecteren op persoonlijke ervaringen uit de praktijk. Door middel van een interactieve dialoog tussen ten minste twee mensen, waarvan er één de supervisor is, ontstaat een proces van beoordeling, reflectie, kritiek en aanvulling voor toekomstige professionele beroepsbeoefenaren (Davys & Beddoe, 2010). Supervisie is een manier van leren waarbij de student op basis van theoretische kennis en eigen praktijkervaringen een verdieping en verbreding van de eigen vakkennis en vakkundigheid beoogt. Bovendien vergroot dit het zelfinzicht en leert de student de eigen gevoelens hanteren en controleren (Groen, 2011). Studenten zijn door middel van de supervisie in staat om het eigen handelingsrepertoire uit te breiden (Koetsenruijter & van der Heide, 2008).

Waarom is het belangrijk?

Reflecteren in groep kan studenten helpen om hun praktijkervaringen kritisch bekijken, onafhankelijk van de setting waarin ze terecht gekomen zijn, hun ervaring of expertise (Bulman & Schutz, 2013). Binnen een groepssupervisie wordt de praktijkervaringen herbekeken, in vraag gesteld, in beschouwing genomen en wordt er kritisch over gereflecteerd om zo tot professionele leergemeenschappen te komen. Studenten stellen hun ervaringen voor aan een groep van medestudenten en met behulp van hun kennis en vaardigheden bekijken ze wat er in de praktijk gebeurde, om vanuit deze ervaringen te leren (Caroll, 2007). Supervisie zorgt er met andere woorden voor dat studenten leren van en leren met elkaar. Studenten zijn elkaars begeleiders en ondersteunen elkaar doorheen het hele reflectieproces (Koetsenruijter & van der Heide, 2008). De supervisiemomenten geven de begeleider daarnaast ook de kans om erop toe te zien dat studenten voldoende in de diepte reflecteren en niet blijven hangen in oppervlakkige beschrijvingen.

Stimuleer interdisciplinair samenwerken via Design thinking

Wat is het?

Interdisciplinair samenwerken is iets anders dan multi- en transdisciplinair samenwerken. Een overzicht van de verschillen.

Multidisciplinair samenwerken = diverse disciplines kijken vanuit hun perspectief naar een probleem of uitdaging. Het is hierbij de bedoeling om te komen tot een diepe en brede benadering van het probleem maar de oplossing moet de eigen disciplines niet overschrijden.

Interdisciplinair samenwerken = diverse disciplines buigen zich over een probleem of uitdaging. Het is hierbij de bedoeling dat men samen komt tot een oplossing voor het probleem. Een oplossing dat de individuele disciplines overstijgt.

Transdisciplinair samenwerken = de ultieme vorm van interdisciplinariteit waarbij de grenzen tussen de disciplines vervagen zowel in de brainstorm als de oplossing van een concreet probleem of uitdaging.

Design thinking is een werkvorm om interdisciplinariteit te stimuleren bij projectonderwijs. Design thinking verenigt methodieken uit de design wereld (i.c., prototyping, creatief denken) met methodieken uit de sociale en bedrijfssector (interactie, communicatie, interviews, marktonderzoek e.d.). Design thinking is een werkvorm die gebaseerd is op de volgende principes:

Team-based learning: Laat je studenten samen leren

Wat is het?

Team-based learning is een wetenschappelijk-gefundeerde werkvorm die kan gebruikt worden voor het aanleren van afgebakende concepten of units in groep. Studenten worden gegroepeerd in groepen van 5-7 studenten.

Team-based learning bestaat uit drie fasen: de voorbereidingsfase, de testfase en de uitdiepingsfase.

Voorbereidingsfase: Studenten nemen ter voorbereiding op de les de inhoud door.

Testfase: Deze fase onderzoekt in welke mate studenten over de noodzakelijke basiskennis beschikking om in de derde fase uit te diepen. Deze fase duurt 45-75 minuten en is gefocust op het individueel en in team testen van de noodzakelijke kennis. Tijdens deze fase wordt feedback gegeven op het leerproces van studenten.

  • Individuele Kennistest: studenten vullen individueel een test in (gaande van 5 tot 20 MC-vragen) over de voorbereide materie.
  • Teamtest: Daarna vullen studenten met hun team dezelfde test in d.w.z. dat ze als groep bepalen wat het juiste antwoord is. Dit betekent dat studenten moeten overleggen m.b.t. het juiste antwoord. Zowel de individuele als de groepsscore telt mee.
  • Vragen opstellen: Het team identificeert de vragen die ze fout hebben en legt ze voor aan de docent.
  • Feedback docent: De docent gaat in op de meest foutieve antwoorden via een mini-les.

Uitdiepingsfase: In deze fase worden de teams uitgedaagd om hun kennis toe te passen of te verdiepen aan de hand van concrete casussen, problemen, stellingen…De teams krijgen eenzelfde probleem/casus/stelling voorgelegd en moeten zoeken naar de meest geschikte oplossing. De teams koppelen hun uitwerking en hun oplossing terug in de groep. De docent faciliteert deze groepsdiscussie en gaat op zoek naar eventuele verschillende uitwerkingen en de logica daarachter. Deze fase kan 1 tot 4 u duren afhankelijk van de complexiteit van het voorgelegde probleem.

teambased learning

Waarom belangrijk?

Cruciale succesfactoren bij deze werkvorm –die onmiddellijk het belang ervan schetsen-:

Een goede en stapsgewijze voorbereiding. De testfase moet studenten voorbereiden op de laatste fase (en de belangrijkste fase). De testfase gaat verder dan louter het vragen van een voorbereiding maar laat studenten individueel en als team hun kennis testen en bijspijkeren.

Teams zijn goed doordacht. Team-based learning werkt het best met grote en diverse teams (m.b.t. voorkennis). Teams bestaan uit 5-7 studenten en zijn consistent doorheen de cursus zodat het team tijd heeft om aan elkaar te wennen.

Studenten zijn verantwoordelijk voor het teamresultaat. Het is belangrijk om ook teamscores (in de testfase) en teamuitwerkingen (in de uitdiepingsfase) mee te nemen in de individuele beoordeling van studenten.

Onderzoek is alvast positief over de resultaten! Volgende effecten werden gevonden:

– Hogere betrokkenheid van studenten (Chung et al., 2009; Clark et al., 2008)

– Hoger engagement tijdens de lessen (Andersen et al., 2011; Jacobson, 2011)

– Studenten doen het beter op hun examen (Grady, 2011; Persky, 2012, Thomas & Bowen, 2011) Meer info.

Hoe doen?

Je kan deze fasen op diverse manieren vormgeven eventueel gebruikmakend van technologie.

De individuele kennistest bv. kan je koppelen aan de voorbereiding. Je kan in de leeromgeving een online kennistoets maken die studenten moeten invullen ter voorbereiding. Dit heeft als voordeel dat je ziet wie zich heeft voorbereid en dat je onmiddellijk kan starten met de teams.

De teamtest: de antwoorden van de teams kan je online verzamelen via online stemtechnologie (link naar online stemmen), zo zie je als docent onmiddellijk of de teams klaar zijn voor de volgende fase.

De uitdiepingsfase: de uitwerkingen van de diverse teams kan je online verzamelen via online stemtechnologie (link naar online stemmen), of je kan werken met kleurkaarten.. Op deze manier krijgt de klasgroep onmiddellijk een volledig overzicht van de verschillende (of juist gelijke) uitwerkingen.

Uiteraard kan je ook elementen uit deze methode halen bv. je kan de teamtest en de uitdiepingsfase organiseren tijdens je laatste contactmomenten ter aanvulling op jouw hoorcolleges. De hoorcolleges zijn dan vooral gericht op het bijbrengen van de kennis en het individueel testen terwijl de laatste contactmomenten dan verdiepend werken.

Meer weten en bron:

Een introductie in team-based learning. https://c.ymcdn.com/sites/teambasedlearning.site-ym.com/resource/resmgr/Docs/TBL-handout_February_2014_le.pdf

Een volledige website werd aan deze werkvorm gewijd. https://teambasedlearning.site-ym.com/?page=started

Laat je studenten samenwerken via JIGSAW

Wat is het?

Jigsaw is een werkvorm die het mogelijk maakt om samenwerkend te leren. Bij samenwerkend leren werken studenten samen aan een opdracht. Niet enkel het product of het resultaat is hierbij van belang maar ook het proces van de studenten: het discussiëren over lesinhouden, elkaar feedback geven, zich samen verdiepen in moeilijke leerinhouden, …

Waarom belangrijk?

Samenwerkend leren kan heel krachtig zijn mits het goed georganiseerd is door de docent. Jigsaw of de ‘legpuzzelmethode’ is een hulpmiddel om te komen tot krachtig samenwerkend leren.

Hoe doen?

Jigsaw is vooral geschikt voor het behandelen van complexe opdrachten in groep. Een belangrijke voorwaarde is dat deze opdracht deelbaar is in diverse deeltaken of dat de opdracht vanuit verschillende invalshoeken kan worden benaderd.

De Jigsaw-methode bestaat uit twee fasen:

  1. Je deelt je studenten op in een aantal groepen (= basisgroepen) waarbij ieder lid van de groep zich in één deeltaak verdiept of de opdracht vanuit één invalshoek bekijkt.
  2. In een tweede fase herverdeel je de basisgroepen in expertgroepen waarbij je de leden die dezelfde deeltaak bekeken hebben of de opdracht vanuit dezelfde invalshoek onder de loep hebben genomen, samen groepeert. De expertgroep verdiept zich in de opdracht vanuit die ene invalshoek / die ene deeltaak.

In 10 gemakkelijke stappen een jigsaw realiseren. Onderstaande website helpt je op weg.

 

 

Bron: www.jigsaw.org

Meer weten? Bv Databank. (2015, 27 mei). Jigsaw: Een specifieke vorm van groepswerk. Opgehaald van: https://www.bvdatabank.be/node/99

Feedback geven aan grote groepen

Wat is het?

Feedback is informatie die gegeven wordt aan studenten met als doel hen inzicht te geven in hun eigen leerproces of hun functioneren. De student kan dan nagaan of zijn studiemethode efficiënt verloopt en in welke mate hij de doelstellingen heeft bereikt.

Waarom belangrijk?

Feedback is een arbeidsintensief proces en lijkt onbegonnen werk bij grote groepen. Toch zijn er mogelijkheden om ook grote groepen te voorzien van krachtige feedback.

Groepeer je studenten

by teachlabadmin

Wat is het?

Lectoren vragen zich vaak af wat de beste manier is om studenten in te delen bij groepswerk. Een eenduidig antwoord bestaat niet. Een optimale groepsindeling hangt af van het doel van de opdracht, de duurtijd, de grootte en duur van de opdracht en de beschikbare infrastructuur.

Hoe doen?

Studenten kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld in groepen. Een aantal opties:

  • De lector deelt de groepen random in. Dit kan vlug gebeuren (vb. op basis van alfabetische volgorde, zitplaats van student in klaslokaal …). De groepjes zullen echter niet altijd complementair zijn wat de competenties van de studenten betreft. Bekijk dus goed het doel en de aard van de opdracht om na te gaan of deze manier van indelen wenselijk is.
  • De lector maakt de groepsindeling op basis van criteria zoals vooropleiding, studieresultaten van de student, voorkeur van de student.
  • De studenten vormen zelf hun groep. Studenten werken graag samen met studenten die ze al kennen. Dit creëert van bij het begin een grotere samenhorigheid, wat kan leiden tot beter presteren en minder conflicten. Studenten zelf hun groep laten kiezen kan soms ook nadelig zijn voor het groepsproduct. Wanneer studenten elkaar te goed kennen, is het mogelijk dat ze niet voldoende kritisch zijn voor elkaars werk. Peer assessment waarbij het groepsproces in kaart gebracht wordt, kan hier een oplossing bieden.

De groepsgrootte varieert afhankelijk van het soort opdracht:

Voor het maken van projecten is een groepsgrootte van 4 tot 6 studenten ideaal. Grotere groepen hebben vaak het nadeel dat niet alle studenten actief participeren.

Eens een groep, altijd een groep?

Slecht functionerende groepen worden best niet ontbonden tijdens het groepsproces. Dit verstoort namelijk de groepsdynamiek in de andere groepen. Bovendien moet men leren omgaan met groepsconflicten die ook in de latere beroepspraktijk zullen plaatsvinden.        Het is aan te raden om bij groepswerk een feedback/en of beoordelingssysteem in te voeren om het groepsproces in kaart te brengen.

Meer weten en bron?

https://www.uantwerpen.be/nl/faculteiten/antwerp-school-of-education/deelentiteiten/expertisecentrum-hoger-onderwijs/didactische-tips/onderwijstips/archief-onderwijstips/tip-22/

 

Maak een Mindmap

Wat is het?

Een Mindmap is letterlijk een kaart (Map) van gedachten (Mind). Het bestaat uit een ruimtelijk netwerk van sleutelwoorden, beelden en symbolen die opgebouwd zijn rond 1 centraal thema. De techniek is verrassend eenvoudig. Je start met het centrale onderwerp, dit is het onderwerp waarover je een netwerk wilt uitbouwen. Rond het ontwerp ga je dan centrale thema’s linken die hiermee in verband staan.

Waarom is het belangrijk?

Mindmaps kunnen voor verschillende doeleinden gebruikt worden. Je kan bv. de ‘logica’ van een hoofdstuk in een mindmap visualiseren of je kan je les opbouwen aan de hand van een mindmap. Mindmaps hebben als voordeel dat relaties of linken gevisualiseerd worden. We zien als het ware de netwerken tussen losstaande delen. Dit ondersteunt kennisverwerving en kan zeker voor moeilijke topics een interessante tool zijn om het leren te ondersteunen.

Hoe doen?

Een mindmap kan je maken op een blad papier of op een bord. Je hebt ook digitale tools die je zelfs toelaten om met meerdere mensen een mindmap te maken. Een voorbeeld van een gratis en gebruiksvriendelijke tool: Padlet, heel gebruiksvriendelijk en gratis. Bovendien kan je Padlet perfect integreren in Leho, je kan het bijvoorbeeld als een opdracht insluiten. Onderstaande video toont je hoe:


De kunst zit hem in het maken van een heldere mindmap, een mindmap die in één opslag duidelijk is. Onderstaande tips kunnen je helpen bij het opstellen van een heldere mindmap.

  • Wees compact. Gebruik sleutelwoorden, beelden, symbolen. Deze dienen als trigger om achterliggende informatie uit het geheugen op te halen. Besteed voldoende tijd aan het verzinnen van goede sleutelwoorden.
  • Werk vanuit het midden van het bord/papier/scherm naar buiten toe. Leg je blad ook horizontaal, zo behoud je gemakkelijk het visuele overzicht.
  • Werk met kleuren. Geef hoofdtakken een duidelijk kleur, zo kan je ze makkelijk van elkaar onderscheiden.
  • Breng structuur. Gebruik verschillende lettertypes bv. hoofdletters voor hoofdtakken en kleine letters voor de uitwerkingen.
  • Duid verbanden tussen kernwoorden aan door middel van pijlen.

Bron: ExpertiseCentrum Hoger Onderwijs. Universiteit Antwerpen.(z.d.) Archief Onderwijstips. Geraadpleegd op 3 mei 2015, van https://www.uantwerpen.be/nl/faculteiten/instituut-onderwijs-informatie/dienstverlening/expertisecentrum-hoger-onderwijs/didactische-tips/onderwijstips/archief-onderwijstips/tip-8/