Header Image - TEACHER LAB

Online samenwerking (asynchroon) in Canvas

Wat is het?

Online samenwerken kan zowel synchroon als asynchroon. Wat is het verschil? Bij synchroon samenwerken zijn studenten (en de docent) op hetzelfde moment aanwezig. Hierdoor is er wel flexibiliteit in de plaats van leren, maar niet in het tempo of het moment. Bij asynchroon samenwerken zijn studenten (en de docent) niet noodzakelijk op hetzelfde moment aanwezig. Er is hierdoor flexibiliteit in zowel de plaats, het tempo én het moment van leren.

Wens je je jouw studenten in je opleidingsonderdeel te laten asynchroon samenwerken? Weet dan dat Canvas (Leho) hiervoor interessante mogelijkheden voorziet. Met name de functies Groepen en Samenwerkingen.

Via groepen geef je een plaats aan studenten om samen te werken aan een bepaald project. De studenten krijgen hun eigen groepsruimte met mogelijkheid om aankondigingen naar elkaar te zenden, pagina’s aan te maken, bestanden te delen, te chatten en live te vergaderen (ook voor synchroon samenwerken biedt het dus opties).

Is zo’n volledige groepsruimte niet nodig, maar wil je wel dat groepen studenten kunnen samenwerken aan een bestand (word, excel, powerpoint), dan gebruik je de functie Samenwerkingen.

Hoe doen?

Wil je hiermee aan de slag? Bekijk dan zeker onderstaande instructiefilmpjes

Hoe kunnen studenten online samenwerken in groepen?

Hoe maak je groepen?

Samenwerkingen opstarten

Meer weten?

Wil je dat je studenten bij die samenwerkingen ook elkaar online gaan evalueren. Dan hebben we hiervoor twee mogelijke toepassingen:

  • Peerreview: Waarbij studenten elkaars resultaat evalueren (productevaluatie)
  • WebPa: Waarbij studenten elkaars inbreng en de onderlinge samenwerking evalueren (procesevaluatie)

Bekijk zeker de bijhorende instructiefilmpjes indien je hierover meer wenst te weten. Deze staan gebundeld in deze map.

Vragen?

Bij vragen kan je terecht bij je key-user of bij Tim.Vanderhaeghen@howest.be

Online samenwerking (synchroon) in een Teamssessie

Wat is het?

Online samenwerken kan zowel synchroon als asynchroon. Wat is het verschil? Bij synchroon samenwerken zijn studenten (en de docent) op hetzelfde moment aanwezig. Hierdoor is er wel flexibiliteit in de plaats van leren, maar niet in het tempo of het moment. Bij asynchroon samenwerken zijn studenten (en de docent) niet noodzakelijk op hetzelfde moment aanwezig. Er is hierdoor flexibiliteit in zowel de plaats, het tempo én het moment van leren.

Wil je je studenten tijdens je online LIVE les, dus synchroon, laten samenwerken? Weet dan dat in Microsoft Teams hiervoor de handige functie Breakout rooms bestaat. Via Breakout rooms splits je de aanwezige studenten op in kleinere groepen. Je kiest zelf hoeveel groepen je wenst en of je de studenten ad random laat toewijzen of liever zelf voor de verdeling zorgt.

Breakout rooms generally available today in Microsoft Teams - Microsoft  Tech Community

Hoe doen?

Wil je hiermee aan de slag? Bekijk dan zeker onderstaande instructiefilmpjes:

Breakout rooms intro.

Breakout rooms aanmaken en deelnemers toewijzen.

Werken in Breakout rooms als organisator.

Werken met Breakout rooms als deelnemer.

Vragen?

Bij vragen kan je terecht bij MS Teams-expert helena.van.damme@howest.be of tim.vanderhaeghen@howest.be

We Teach, We Coach! Procesdifferentiatie in de bacheloropleiding IPO

De oplettende lezer herkent het misschien al, gezien de resultaten van deze Design Class al eens werd toegelicht op de interne studiedag in januari 2020, maar er zijn ook al diverse ‘spin-offs’ van We Teach, We Coach. Denk bv. aan het Teach- en Fast-traject in de bacheloropleiding MCT in het vak Basic Programming (voor meer informatie, klik hier).

Wat is het en waarom doen ze het?

‘We Teach, We Coach’ is een tweesporenbeleid op vlak van differentiatie in het eerstejaarsvak Technologie I (6 sp) van de bacheloropleiding Industrieel Productontwerpen (IPO). Het is het resultaat van een Design Class onder begeleiding van de dienst onderwijs (Stefanie & Alina). Een schematische weergave van de doorlopen stappen vind je hieronder:

Sofie De Grave en Bieke Masselis werden geconfronteerd met een erg diverse instroom van studenten uit het secundair onderwijs (zowel BSO, TSO, KSO en ASO), grote verschillen in voorkennis, zelfregulatie en studievaardigheden. De slaagcijfers van het opleidingsonderdeel waren zeker niet slecht, en Bieke en Sofie deden al heel wat inspanningen, maar ze hadden gevoel gewrongen te zitten tussen het gevoel ‘meer te kunnen doen’ voor hun studenten, en de realiteit van de beperkte lestijd. Ze wilden tot een win-win kunnen komen voor iedereen, namelijk:

  • De slaagkansen (en score) van alle studenten moeten zo hoog mogelijk zijn (ook de goeie studenten laten excelleren)
  • Studenten met voorkennis moeten deze beter kunnen benutten
  • Studenten die graag zelfstandig aan de slag gaan kunnen dat
  • Studenten die het moeilijker hebben (omwille van voorkennis, gebrek aan zelfregulering, …) komen in kleinere groep terecht.

Tijdens de analysefase werd de context van het OLOD grondig in kaart gebracht, evenals de beginsituatie van de studenten. Verschillende mogelijke scenario’s op vlak van differentiatie werden vergeleken. A.d.h.v. het kantelenmodel werden alle leeractiviteiten en instructiemomenten voor de (n)CU* (contact- en niet-contacturen) in kaart gebracht, en dit zowel voor de theorie- en labo-onderdelen.
*COL-uren bestonden toen nog niet.

We Teach, We Coach

Uiteindelijk beslisten Sofie en Bieke om in het vak Technologie te gaan differentiëren op vlak van proces (= in de leeractiviteiten van de studenten, m.n. de werkvormen), wat resulteerde in de twee trajecten: We Teach en We Coach. In het theoriegedeelte wordt aan divergente differentiatie gedaan (in We Teach gebeurt dit via een hoorcollege, studenten van We Coach verwerven de theorie via zelfstudie). In de werksessies die daarop volgen, wordt convergent gedifferentieerd: studenten gaan, na het doorlopen van de zelftest, in heterogeen samengestelde groepen (1 student uit We Coach, 2 studenten uit We Teach) oefeningen maken.

Een schematisch overzicht van beide trajecten:

Determinatietabel: de juiste student matchen aan het juiste traject

Dan rest er uiteindelijk nog de juiste studenten het juiste traject te laten volgen. Om studenten aan het correcte traject te matchen, ontwikkelden Sofie en Bieke een soort zelftest die functioneert als determinatietabel: We Coach (A of B) of We Teach (C, D, E).

De opgenomen criteria zijn een resultaat van grondige analyse van de beginsituatie, die resulteerden in succesfactoren die relevant zijn voor het volgen van een van beide trajecten. Sofie en Bieke analyseerden hiervoor de slaagcijfers, de vooropleiding van studenten en bevroegen ook de studenten die het vak Technologie in de oude stijl hadden gevolgd. Ze lieten hen ook de determinatietabel invullen. Een derde van de studenten gaf daarbij aan waarschijnlijk We Coach gevolgd te willen hebben. Sofie en Bieke mikten dan bij de invoering van het traject op dergelijk aandeel van studenten in We Coach.

Bij de start van het opleidingsonderdeel vult elke student de determinatietabel in. Daaruit vloeit dan een advies voor We Coach of We Teach. De resultaten zijn adviserend; studenten kiezen zelf welk traject ze zullen volgen. Ze kunnen gedurende de looptijd van het OLOD ook nog wisselen van traject.

Sofie en Bieke bouwden ook diverse tussentijdse evaluatiemomenten (zowel formatief als summatief) in zodat ze studenten op tijd kunnen bijsturen waar nodig.

Evaluatie van We Coach, We Teach

Sinds de invoering van We Teach en We Coach merk ik een andere vibe in de klas. De studenten zijn enthousiaster, gemotiveerder. (Sofie)

Wat waren nu de resultaten van de invoering van deze trajecten? Hieronder een overzicht:

  • Het is een van de mogelijke verklaringen voor het hoger slaagcijfer binnen het opleidingsonderdeel
  • Zoals gehoopt, kiest inderdaad 30% van de instromende studenten voor We Coach.
  • Sommige studenten kiezen doorheen de looptijd van het opleidingsonderdeel voor een combinatie van beide trajecten.
  • De online filmpjes die werden gemaakt voor We Coach, worden ook bekeken door de We Teach-ers.
  • De lectoren geven aan dat er sinds de invoering van beide trajecten een specifieke vibe in het leslokaal hangt. De studenten zijn gemotiveerder, ze hebben respect voor elkaars verschillen in voorkennis en zien hiervan de meerwaarde in, enz.
  • Omwille van het succes, zal deze aanpak ook doorgetrokken worden in het opleidingsonderdeel Technologie II.

Andere relevante blogposts?

Design Class aan Howest
Wat is differentiatie?
Drie, twee, één, differentiëren!

Meer weten?

Neem contact op met stefanie.sercu@howest.be

3, 2, 1, Differentiëren!

1) Differentiëren, hoe begin ik er nu eigenlijk aan?

Voor je start met differentiëren, breng je best de competenties van de studentengroep waaraan je lesgeeft, ofwel de beginsituatie, in kaart.

Ten eerste zijn de onderwijskenmerken een cruciaal onderdeel van de beginsituatie.

Denk hierbij aan jouw eigen persoonlijkheid als lesgever: welk type lesgever ben je of wil je zijn? Wat zijn/waren jouw eigen leervoorkeuren? Met welke motivatie sta je voor de klas en wat zijn de hogere doelen die je wenst te bereiken met jouw studenten?

Onderwijskenmerken gaan ook breder: welke lokalen en didactisch materiaal heb je ter beschikking, welk leerklimaat en welke visie heerst er binnen de opleiding en de onderwijsinstelling waarin je werkt?

Neem even de tijd om deze vragen voor jezelf te beantwoorden.

Daarnaast breng je, vooraleer je gaat differentiëren, best de kenmerken van de studentengroep waaraan je lesgeeft, ofwel de beginsituatie, in kaart. Dit doe je niet enkel bij de start van jouw OLOD, maar best bij het begin van elke les.

Volgens Struyven et al. (2015) zijn er vier studentenkenmerken die relevant zijn binnen de leercontext van studenten: (1) competenties, (2) interesses, (3) leervoorkeuren en leertempo en (4) achtergrondkenmerken. Voor meer informatie, zie de tabel hieronder. Inzicht in deze aspecten geeft jou een indicatie waar je moet beginnen, en kan studenten inzicht geven waar ze zich bevinden en waar ze naartoe moeten.

Competenties Interesses
Cognitieve: vaardigheden om intelligentie optimaal te benutten (info opslaan, verwerken, verbinden, problemen oplossen)

Metacognitieve
: kennis over het eigen leren

Sociaal-affectieve: de motivatie, het omgaan met anderen, omgaan met gevoelens

(Psycho-)motorische
: fysieke vaardigheden, zowel grove als fijne motoriek
Interesses, passies, huidige trends die leven bij de studentengroep waaraan je lesgeeft.
Leervoorkeuren en leertempo Achtergrondkenmerken
De manier waarop studenten graag en/of goed leren (’s ochtends of ’s avonds, alleen of samen, op papier of digitaal, al doende of al luisterend, visuele schema’s of samenvattingen in woorden, van detail > overzicht of van overzicht > detail, enz.)

Leertempo: snelheid waarmee wordt geleerd
Grootste kracht = variatie in didactische aanpak.
Waar je d.m.v. onderwijs niets of weinig kunt aan veranderen (bv. afkomst, cultuur, thuistaal, socio-economische achtergrond).

Let wel: wanneer je als lector differentieert, speel je niet altijd in op één bepaalde categorie van studentenkenmerken, maar dikwijls op verschillende differentiatievragen tegelijk.

Maar niet enkel de individuele beginsituatie van een student maar ook de samenstelling van de klasgroep is hierbij belangrijk. Je moet weten hoe groot de verschillen tussen de studenten zijn om je didactiek daarop af te stemmen. Ga ook na welk affectief klimaat er heerst in de studentengroep: een positief leefklimaat bevordert het leren.

Wat is differentiatie?

Onze studentenpopulatie kent een grote diversiteit: studenten verschillen van elkaar in interesses, talenten, voorkennis, culturele achtergrond, denkvaardigheden, zelfredzaamheid, sociale omgang, affectieve vaardigheden, enz. Dat maakt het leerproces uniek voor elke student, maar maakt het voor jou als lector soms een pittige uitdaging om les te geven.

Volgens het model van Struyven et al. (2019) onderscheiden we volgende soorten differentiatie:

  • Externe differentiatie: differentiatie op het niveau van de onderwijsinstelling en/of opleiding(en). Hierbij komt extra onderwijskundige en praktische organisatie bij kijken (bv. aangepaste roostering, aangepaste begeleiding en evaluatie, begeleidingsdocumenten, etc.). Dergelijke vormen van differentiatie worden dus best ruim op voorhand voorbereid, in samenspraak met de opleidingsdirecteur en de dienst onderwijs. Bv. een honoursprogramma waarbij een project in samenwerking met het werkveld een of meerdere OLODs vervangt (bv. honoursprogramma in Hangar K met de opleidingen Devine, IPO en DAE).
  • Interne differentiatie: differentiatie op lesniveau door als lector proactief in te spelen op verschillen tussen studenten.
    • Inhoud: in de doelstellingen;
    • Proces: binnen de aspecten van een krachtige leeromgeving: de leerinhouden, didactische werkvormen, media/onderwijsleermiddelen, groeperingsvormen en/of opvoedingsrelatie;
    • Product: op vlak van evaluatie.

Binnen deze drie aspecten kun je gaan differentiëren op vlak van niveau (verschillen in cognitieve vaardigheden: bv. intelligentie, metacognitieve vaardigheden, leervoorkeuren), tempo (verschillen in de snelheid van verwerving en/of verwerking van leerstof) en interesses.

Interne differentiatie is dus gerelateerd aan elk onderdeel van het didactisch model van De Corte (Standaert, 2012): de beginsituatie, doelstellingen, onderwijsleeromgeving (didactische werkvormen, opvoedingsrelatie, leerinhouden, media) en evaluatie.

Volledig digitaal alternatief voor de ‘Orientation Week’

Praktijkvoorbeeld uit de opleiding Educatieve Bachelor Secundair Onderwijs

De Orientation Week voor buitenlandse studenten krijgt een corona-proof, volledig digitaal alternatief! Een inspirerend voorbeeld van hoe je kennismaking en groepsgevoel ook online kan aanwakkeren.

Jaarlijks worden de binnenkomende buitenlandse studenten in Kortrijk en Brugge bij aanvang van het nieuwe semester verwelkomd tijdens de zogenoemde ‘Orientation Week’. De week wordt georganiseerd door International Office. De tweedejaars Engels van de Educatieve Bachelor Secundair Onderwijs nemen hierbij de begeleiding van de studenten op zich. Ze maken de buitenlandse studenten zo in sneltempo volledig wegwijs in hun nieuwe stad en campus.

Omdat dit jaar een nogal bijzonder jaar genoemd kan worden en er onder andere een aanzienlijk deel van de inkomende studenten uit landen in een oranje of rode Corona-zone komen,  werd snel beslist om alle risico’s te vermijden en er deze keer een volledig digitale editie van te maken. Zeker een uitdaging voor de organisatie, maar één die ze met veel goesting aangingen!

Hier een korte opsomming van de geplande activiteiten voor de week van 14-18 september:

Digitale infosessies en presentaties: Microsoft Teams, live zodat interactie mogelijk is en vragen snel gesteld kunnen worden. Alle digitale sessies worden ook opgenomen voor later gebruik. Een van de presentaties zal bijvoorbeeld gaan over de Belgische verkeersregels en zal op een typisch studentikoze manier verlopen.

Virtueel kennismakingsspel: Microsoft Teams of ander medium, eventueel wordt er gewerkt met breakout rooms en een shuffle-systeem om in kleinere groepen te kunnen werken. Ook heeft de digitale editie als voordeel dat de studenten uit Brugge en Kortrijk makkelijker contact kunnen maken met elkaar. De digitale tools kunnen aangewend worden om de verschillende groepen samen te brengen. Zo wordt er een Whatsapp- en een besloten Facebookgroep opgestart waarin alle betrokkenen terecht kunnen.

Digitale buddies: Jaarlijks fungeren vrijwilligers als buddies om individuele studenten te begeleiden. Dit jaar zullen deze ook digitaal bij de verschillende activiteiten aansluiten. Whatsappen en (video)chatten zal dagelijkse kost worden.

Virtual Bruges City Tour: Virtuele tour door Brugge en Kortrijk waarin niet enkel de toeristische trekpleisters aan bod komen, maar vooral het studentenleven en heel praktische zaken zoals “waar vind ik een supermarkt, bakker, apotheek, bib, plaatsen om uit te gaan, etc.” De tour gebeurt in de vorm van een filmpje en een presentatie met toelichting. Eventueel wordt hier ook een spel aan gekoppeld (Trivial Pursuit).

Virtual Campus Tour: De begeleidende studenten maken een filmpje met hun smartphone of tablet waarin ze de buitenlandse studenten op ludieke wijze en virtueel op sleeptouw nemen doorheen de verschillende campussen in Brugge en Kortrijk.

Happy Hour: Op het einde van de week wordt er afgesloten met een virtuele borrel waarbij de hapjes aan de studentenkamers worden geleverd. Ook de buddies en de begeleidende studenten Engels zullen hiervan mogen genieten. Want “samen uit, samen thuis!”

Eventuele uitdagingen?

  •  In sommige landen is het op dit moment moeilijk om vluchten te vinden naar België. Sommige studenten zullen wellicht dus nog onderweg zijn of geen toegang hebben tot internet bij aanvang van de Orientation Week. Daarom worden alle presentaties opgenomen zodat ze die in uitgesteld relais kunnen bekijken.
  • Een aantal van de hoogtepunten van voorbije jaargangen zullen dit jaar helaas niet plaatsvinden: zo zal er deze keer wellicht geen plechtig ontvangst met hapje en drankje mogelijk zijn in de prachtige gotische zaal van het Brugse stadhuis, maar wie weet tekent de burgemeester wel online aanwezig? Een andere mogelijkheid is dat er op latere datum nog een officieel ontvangst plaatsvindt.

Meer weten?

Deze blogtip kwam tot stand dankzij de input van Nicolas Slabbinck ( ector Engels en communicatieve vaardigheden in de educatieve bachelor secundair onderwijs) en zijn studenten. Neem contact op met nicolas.slabbinck@howest.be voor meer informatie.

Andere relevante blogtips?

Online community building in de opleiding DAE

Groepsreflectie via supervisie

Wat is het?

Supervisie is een leertraject waarbij studenten reflecteren op persoonlijke ervaringen uit de praktijk. Door middel van een interactieve dialoog tussen ten minste twee mensen, waarvan er één de supervisor is, ontstaat een proces van beoordeling, reflectie, kritiek en aanvulling voor toekomstige professionele beroepsbeoefenaren (Davys & Beddoe, 2010). Supervisie is een manier van leren waarbij de student op basis van theoretische kennis en eigen praktijkervaringen een verdieping en verbreding van de eigen vakkennis en vakkundigheid beoogt. Bovendien vergroot dit het zelfinzicht en leert de student de eigen gevoelens hanteren en controleren (Groen, 2011). Studenten zijn door middel van de supervisie in staat om het eigen handelingsrepertoire uit te breiden (Koetsenruijter & van der Heide, 2008).

Waarom is het belangrijk?

Reflecteren in groep kan studenten helpen om hun praktijkervaringen kritisch bekijken, onafhankelijk van de setting waarin ze terecht gekomen zijn, hun ervaring of expertise (Bulman & Schutz, 2013). Binnen een groepssupervisie wordt de praktijkervaringen herbekeken, in vraag gesteld, in beschouwing genomen en wordt er kritisch over gereflecteerd om zo tot professionele leergemeenschappen te komen. Studenten stellen hun ervaringen voor aan een groep van medestudenten en met behulp van hun kennis en vaardigheden bekijken ze wat er in de praktijk gebeurde, om vanuit deze ervaringen te leren (Caroll, 2007). Supervisie zorgt er met andere woorden voor dat studenten leren van en leren met elkaar. Studenten zijn elkaars begeleiders en ondersteunen elkaar doorheen het hele reflectieproces (Koetsenruijter & van der Heide, 2008). De supervisiemomenten geven de begeleider daarnaast ook de kans om erop toe te zien dat studenten voldoende in de diepte reflecteren en niet blijven hangen in oppervlakkige beschrijvingen.

Stimuleer interdisciplinair samenwerken via Design thinking

Wat is het?

Interdisciplinair samenwerken is iets anders dan multi- en transdisciplinair samenwerken. Een overzicht van de verschillen.

Multidisciplinair samenwerken = diverse disciplines kijken vanuit hun perspectief naar een probleem of uitdaging. Het is hierbij de bedoeling om te komen tot een diepe en brede benadering van het probleem maar de oplossing moet de eigen disciplines niet overschrijden.

Interdisciplinair samenwerken = diverse disciplines buigen zich over een probleem of uitdaging. Het is hierbij de bedoeling dat men samen komt tot een oplossing voor het probleem. Een oplossing dat de individuele disciplines overstijgt.

Transdisciplinair samenwerken = de ultieme vorm van interdisciplinariteit waarbij de grenzen tussen de disciplines vervagen zowel in de brainstorm als de oplossing van een concreet probleem of uitdaging.

Design thinking is een werkvorm om interdisciplinariteit te stimuleren bij projectonderwijs. Design thinking verenigt methodieken uit de design wereld (i.c., prototyping, creatief denken) met methodieken uit de sociale en bedrijfssector (interactie, communicatie, interviews, marktonderzoek e.d.). Design thinking is een werkvorm die gebaseerd is op de volgende principes:

Team-based learning: Laat je studenten samen leren

Wat is het?

Team-based learning is een wetenschappelijk-gefundeerde werkvorm die kan gebruikt worden voor het aanleren van afgebakende concepten of units in groep. Studenten worden gegroepeerd in groepen van 5-7 studenten.

Team-based learning bestaat uit drie fasen: de voorbereidingsfase, de testfase en de uitdiepingsfase.

Voorbereidingsfase: Studenten nemen ter voorbereiding op de les de inhoud door.

Testfase: Deze fase onderzoekt in welke mate studenten over de noodzakelijke basiskennis beschikking om in de derde fase uit te diepen. Deze fase duurt 45-75 minuten en is gefocust op het individueel en in team testen van de noodzakelijke kennis. Tijdens deze fase wordt feedback gegeven op het leerproces van studenten.

  • Individuele Kennistest: studenten vullen individueel een test in (gaande van 5 tot 20 MC-vragen) over de voorbereide materie.
  • Teamtest: Daarna vullen studenten met hun team dezelfde test in d.w.z. dat ze als groep bepalen wat het juiste antwoord is. Dit betekent dat studenten moeten overleggen m.b.t. het juiste antwoord. Zowel de individuele als de groepsscore telt mee.
  • Vragen opstellen: Het team identificeert de vragen die ze fout hebben en legt ze voor aan de docent.
  • Feedback docent: De docent gaat in op de meest foutieve antwoorden via een mini-les.

Uitdiepingsfase: In deze fase worden de teams uitgedaagd om hun kennis toe te passen of te verdiepen aan de hand van concrete casussen, problemen, stellingen…De teams krijgen eenzelfde probleem/casus/stelling voorgelegd en moeten zoeken naar de meest geschikte oplossing. De teams koppelen hun uitwerking en hun oplossing terug in de groep. De docent faciliteert deze groepsdiscussie en gaat op zoek naar eventuele verschillende uitwerkingen en de logica daarachter. Deze fase kan 1 tot 4 u duren afhankelijk van de complexiteit van het voorgelegde probleem.

teambased learning

Waarom belangrijk?

Cruciale succesfactoren bij deze werkvorm –die onmiddellijk het belang ervan schetsen-:

Een goede en stapsgewijze voorbereiding. De testfase moet studenten voorbereiden op de laatste fase (en de belangrijkste fase). De testfase gaat verder dan louter het vragen van een voorbereiding maar laat studenten individueel en als team hun kennis testen en bijspijkeren.

Teams zijn goed doordacht. Team-based learning werkt het best met grote en diverse teams (m.b.t. voorkennis). Teams bestaan uit 5-7 studenten en zijn consistent doorheen de cursus zodat het team tijd heeft om aan elkaar te wennen.

Studenten zijn verantwoordelijk voor het teamresultaat. Het is belangrijk om ook teamscores (in de testfase) en teamuitwerkingen (in de uitdiepingsfase) mee te nemen in de individuele beoordeling van studenten.

Onderzoek is alvast positief over de resultaten! Volgende effecten werden gevonden:

– Hogere betrokkenheid van studenten (Chung et al., 2009; Clark et al., 2008)

– Hoger engagement tijdens de lessen (Andersen et al., 2011; Jacobson, 2011)

– Studenten doen het beter op hun examen (Grady, 2011; Persky, 2012, Thomas & Bowen, 2011) Meer info.

Hoe doen?

Je kan deze fasen op diverse manieren vormgeven eventueel gebruikmakend van technologie.

De individuele kennistest bv. kan je koppelen aan de voorbereiding. Je kan in de leeromgeving een online kennistoets maken die studenten moeten invullen ter voorbereiding. Dit heeft als voordeel dat je ziet wie zich heeft voorbereid en dat je onmiddellijk kan starten met de teams.

De teamtest: de antwoorden van de teams kan je online verzamelen via online stemtechnologie (link naar online stemmen), zo zie je als docent onmiddellijk of de teams klaar zijn voor de volgende fase.

De uitdiepingsfase: de uitwerkingen van de diverse teams kan je online verzamelen via online stemtechnologie (link naar online stemmen), of je kan werken met kleurkaarten.. Op deze manier krijgt de klasgroep onmiddellijk een volledig overzicht van de verschillende (of juist gelijke) uitwerkingen.

Uiteraard kan je ook elementen uit deze methode halen bv. je kan de teamtest en de uitdiepingsfase organiseren tijdens je laatste contactmomenten ter aanvulling op jouw hoorcolleges. De hoorcolleges zijn dan vooral gericht op het bijbrengen van de kennis en het individueel testen terwijl de laatste contactmomenten dan verdiepend werken.

Meer weten en bron:

Een introductie in team-based learning. https://c.ymcdn.com/sites/teambasedlearning.site-ym.com/resource/resmgr/Docs/TBL-handout_February_2014_le.pdf

Een volledige website werd aan deze werkvorm gewijd. https://teambasedlearning.site-ym.com/?page=started