Header Image - TEACHER LAB

Hoe presenteer je online?

Je studenten moeten binnenkort een online presentatie geven van hun bachelorproef of andere opdracht? Je bent zelf nog zoekend naar een goede manier om je lessen online te geven of je project voor te stellen aan externen? Dan is de gids “Hoe presenteer je online?” van The Floor is Yours zeker een aanrader!

De gids is zowel beschikbaar in het Nederlands als in het Engels en biedt concrete tips rond uiteenlopende topics. Ze staan geordend in volgende thema’s:

  • Drie gouden regels voor elke online presentatie
  • De inhoud van je presentatie
  • Hoe maak je het boeiend?
  • Ga in interactie met je publiek
  • Je lichaam en stem
  • Slides: wat moet anders?
  • Welke video conferencing tool gebruik je best?
  • De techniek: webcam en geluid
  • Hoe bereid ik me best voor?

Liever een filmpje? Dan zijn de webinars interessant voor je.

Online presentaties – Deel 2 (6 mei 2020)

Online presentaties – Deel 1 (22 april 2020)

Andere relevante blogtips?

Leer je studenten stapsgewijs presenteren.

Live les geven op afstand.

Bron

Online presenteren: zo doe je het. (n.d.). The floor is yours. https://thefloorisyours.be/online/

Aan Howest wordt iedereen dipster! in 2020

Wat is het?

Informatie zoeken gebeurt steeds meer online of in een andere digitale vorm. Om de kennis en vaardigheden van lectoren en studenten te versterken werd een toolbox op Leho ontwikkeld. De toolbox kreeg de naam dipster, dit staat voor digital information professional. De naam dipster kan je dus ook zien als een soort geuzennaam die je draagt wanneer je over deze skills beschikt.

Om je digitale informatievaardigheden (informatie zoeken, informatie beoordelen, informatie verwerken & kritisch denken) te versterken, en om inspiratie op te doen hoe dit in je lessen te integreren, kan je in deze toolbox terecht.

Waarom belangrijk?

Het belang van informatievaardigheden is er altijd geweest. Door de digitalisering staan deze vaardigheden onder spanning en komen er heel wat uitdagingen op ons af. We merken dat onze studenten niet altijd even kritisch staan t.o.v. hun eigen informatievaardigheden. Ze overschatten zichzelf. Zoekstrategieën worden vaak maar erg beperkt ingezet, het bestaan van databases of inzicht in hoe het internet werkt ontbreekt. Tijd voor actie dus!

Hoe gebruik je de leho-site dipster?

De dipstertoolbox voor docenten is opgebouwd in 2 categorieën, ‘versterken’ en ‘ondersteunen’.
Onder ‘versterken’ vind je, opgedeeld in 20 ‘basismodules’, de essentiële kennis terug die studenten moeten aanleren en automatiseren gedurende hun opleiding.

Deze basismodules werden telkens uitgebreid met extra’s voor docenten. Daarin vind je extra informatie voor jou als docent, maar ook een heel aantal (kant-en-klare) werkvormen die je kan gebruiken om met de studenten aan de slag te gaan rond deze vaardigheden.

In de categorie ‘ondersteunen’ leer je hoe je studenten kan coachen en begeleiden om deze vaardigheden aan te scherpen. Daarnaast zetten we ter inspiratie een aantal opleidingen uit onze hogeschool in de kijker die al een sterk uitgewerkte leerlijn hebben rond ‘digitale informatievaardigheden’.

De 20 basismodules uit ‘dipster voor docenten’ werden ook ondergebracht in een ‘dipster voor studenten’ die enkel toegankelijk is voor de studenten van onze hogeschool. Je kan je studenten steeds naar deze tool doorverwijzen als je ze graag nog eens alle informatie in één overzicht wil aanbieden. De tool is enkel raadpleegbaar via het online leerplatform ‘Leho’ of via de bibliotheken van Howest.

Wil je graag nu al zelf aan de slag?

Surf naar Leho > cursussen > alle cursussen > dipster.

Je kan vrij intekenen op deze Leho-site.

Gaat jouw team met dipster aan de slag?

Het spreekt voor zich dat het ontwikkelen van deze competenties tijd vraagt en ondersteuning. Vanuit dipster doen wij dan ook heel wat suggesties naar het ondersteunen en ontwikkelen van deze vaardigheden, via effectieve evaluatie-, reflectie- en coachstrategieën.

Wil je weten hoe je deze tool kan inzetten in het groeiproces van je studenten? Wil je in het curriculum van je opleiding meer aandacht vestigen op informatievaardigheden? Voor alle ondersteuningsvragen en docententrainingen kan je terecht bij:

kimberly.verhaest@howest.be én wouter.de.meester@howest.be

Nog aan het twijfelen?

Misschien kan onderstaand filmpje jou overtuigen.

Bron

www.iedereendipster.be

(Blogpost aangeleverd door Kimberly Verhaest en Wouter De Meester)

Vital Schools daagt je uit om beweegvriendelijker te doceren.

Wat is het?

Vital Schools hebben als basisprincipe om aandacht te hebben voor het minder lang stilzitten en meer bewegen van je studenten tijdens de lessen. Ze informeren en ondersteunen docenten en studenten in dit proces.

Waarom belangrijk?

Jongeren zitten gemiddeld meer dan 8 uur per dag neer, waarvan een groot stuk tijdens de schooluren. In het kader van het gezondheidsbeleid is het belangrijk om jongeren de kans te geven dit zitgedrag te doorbreken.

Groepsreflectie via supervisie

Wat is het?

Supervisie is een leertraject waarbij studenten reflecteren op persoonlijke ervaringen uit de praktijk. Door middel van een interactieve dialoog tussen ten minste twee mensen, waarvan er één de supervisor is, ontstaat een proces van beoordeling, reflectie, kritiek en aanvulling voor toekomstige professionele beroepsbeoefenaren (Davys & Beddoe, 2010). Supervisie is een manier van leren waarbij de student op basis van theoretische kennis en eigen praktijkervaringen een verdieping en verbreding van de eigen vakkennis en vakkundigheid beoogt. Bovendien vergroot dit het zelfinzicht en leert de student de eigen gevoelens hanteren en controleren (Groen, 2011). Studenten zijn door middel van de supervisie in staat om het eigen handelingsrepertoire uit te breiden (Koetsenruijter & van der Heide, 2008).

Waarom is het belangrijk?

Reflecteren in groep kan studenten helpen om hun praktijkervaringen kritisch bekijken, onafhankelijk van de setting waarin ze terecht gekomen zijn, hun ervaring of expertise (Bulman & Schutz, 2013). Binnen een groepssupervisie wordt de praktijkervaringen herbekeken, in vraag gesteld, in beschouwing genomen en wordt er kritisch over gereflecteerd om zo tot professionele leergemeenschappen te komen. Studenten stellen hun ervaringen voor aan een groep van medestudenten en met behulp van hun kennis en vaardigheden bekijken ze wat er in de praktijk gebeurde, om vanuit deze ervaringen te leren (Caroll, 2007). Supervisie zorgt er met andere woorden voor dat studenten leren van en leren met elkaar. Studenten zijn elkaars begeleiders en ondersteunen elkaar doorheen het hele reflectieproces (Koetsenruijter & van der Heide, 2008). De supervisiemomenten geven de begeleider daarnaast ook de kans om erop toe te zien dat studenten voldoende in de diepte reflecteren en niet blijven hangen in oppervlakkige beschrijvingen.

Bee-com a 21st century communicator!

by teachlabadmin

De Bee-com routeplanner is een didactisch instrument ontwikkeld voor studenten en docenten in het hoger onderwijs. Bee-com routeplanner helpt bij het opzetten van 21e-eeuwse communicatie. De volledige titel is: Bee-com a 21st century communicator. Een routeplanner voor 21e-eeuws communiceren.

Waarom is Bee-com ontwikkeld?

Het hoger onderwijs heeft de taak om studenten voor te bereiden op hun toekomstige rollen in het werkveld en de samenleving. Dat vraagt onderwijs dat krachtig, motiverend en levensecht is. Makkelijker dan ooit tevoren kan je communication designs maken die woord en beeld integreren. Toch blijven er heel wat drempels, zowel voor studenten als docenten. In doelgerichte, 21e-eeuwse communicatie verenigen zich op z’n minst vier domeinen: ICT, grafische vormgeving, taal en user-centered design. Het is moeilijk om in deze vier domeinen tegelijk deskundig te zijn. Daarom is er de routeplanner: Bee-com maakt de basiskennis en –vaardigheden uit deze vier domeinen toegankelijk voor een breed publiek. Bovendien reikt de routeplanner manieren aan om de nodige kennis en vaardigheden in interactie te verwerven. Dat gebeurt steeds vanuit een realistisch uitgangspunt: een probleem uit de buitenwereld waarvoor studenten samen een oplossing zoeken.

Vertellen met beelden – Leer studenten presenteren aan de hand van pecha kucha

Wat is het?

Een pecha kucha is een diavoorstelling van 20 afbeeldingen presenteren, in een totale tijd van 6 minuten en 40 seconden. Elke afbeelding wordt daarbij precies 20 seconden getoond. Deze eisen dwingen de deelnemers creatief en to the point te zijn over eender welk onderwerp. Naar eigen believen kun je als opdrachtgever de basisregels wijzigen: je maakt de basispresentatie bijvoorbeeld nog korter om de timing van de oefening voor een grotere groep haalbaar te houden.

Op onderstaande website krijg je een concrete indruk van de methodiek, je kan er verschillende presentaties bekijken die werden gemaakt met pecha kucha.

 

 

Waarom belangrijk en hoe doen?

PowerPoint wordt overal ingezet, nodig of niet, en meestal met een resem tekst erop, het liefst nog met bullets gerangschikt. Nog voor je als spreker de punten op je dia hebt afgehandeld, heeft je publiek ze al lang doorgenomen en vertel je niets nieuws meer. Boeiend?

Dé basisstelregel die je meegeeft aan studenten is de volgende: Een digitaal hulpmiddel gebruik je voor je publiek, niet voor jezelf. En een publiek kijkt nu eenmaal graag naar beelden… Studenten een verhaal laten vertellen aan de hand van beelden, is een zinvolle oefening als tussenstap in het leren presenteren. Een pecha kucha is daarbij een handig leermiddel.

Via pecha kuch laat je studenten nadenken over en oefenen voor drie kwesties:

(1) Ze moeten beknopt zijn en dus een selectie maken van hun info (hoofd- en bijzaken scheiden)

(2) Ze moeten nadenken over begin, midden en slot– structuur aanbrengen dus.

(3) Ze zijn verplicht van hun verhaal te vertellen rond beelden; ze krijgen een PwP-sjabloon voor pecha kucha mee waarin ze hun beelden moeten implementeren.

 

Een pecha kucha-presentatie is een ideale tussenstap in een traject leren presenteren. Gebruik om presentaties te beoordelen overal in de opleiding dezelfde heldere checklist met basiscriteria. Meer over presenteertrajecten vind je onder Leer je studenten stapsgewijs presenteren en Pimp your slideshow.

Leer je studenten stapsgewijs presenteren

Wat is het?
Presenteren is een complexe vaardigheid. De student moet als een goochelaar heel wat balletjes in de lucht houden: een goede (spreek)tekst, lichaamstaal, stemgebruik, oogcontact, visuele hulpmiddelen gebruiken….
Daarom is het goed om studenten te laten starten met een aantal deelaspecten van presenteren en hen geleidelijk aan te laten oefenen. Eens hij een vaardigheid beheerst, kan iets nieuws toegevoegd worden.
Betrek je collega’s van bij de start. Stem af over duidelijke criteria in functie van de leerdoelen, bekijk de timing van presentaties op een semester/binnen de opleiding en maak van presenteermomenten in andere vakken oefenmomenten.

Hoe doen? 
Stapsgewijs breng je studenten tot presenteren via een voorbereidende en drie oefenfasen.
De voorbereidende fase
Start met het tonen van een goed voorbeeld en analyseer met de studenten wat de spreker in het voorbeeld allemaal (goed) doet. Op die manier kom je samen met de studenten tot een checklist van hoe een goede presentatie eruitziet die alle docenten tijdens de hele opleiding kunnen gebruiken.
Checklists hebben een driedubbel doel: ze maken de opdracht duidelijk en concreet, ze zijn een leidraad voor de student om de opdracht te maken en ze helpen student en docent bij het geven en ontvangen van feedback.

Fase 1 – Slidecasten

Laat de studenten hun presentatie oefenen op basis van een PowerPoint waarbij ze de tekst inspreken. De focus ligt op structuur van de presentatie, inhoud (hoofd- en bijzaken), spreekstem en vorm van de dia’s. Lichaamstaal , zaalgebruik, oogcontact komen dus nog even niet aan bod. De studenten posten hun slidecast op een studentenleerplatform en beluisteren en beoordelen elkaars werk (adhv de checklist). De docent beoordeelt en geeft feedback.

Een handige tool om deze peer-feedback en docenten-feedback te faciliteren is Audacity, het laat je toe om audio-feedback te geven in groep. Bekijk zeker deze tip hiervoor!

Fase 2 – Live presenteren

De studenten presenteren live. Om de lichaamstaal van de student goed te beoordelen, kan de student gefilmd worden. Als de film afgespeeld wordt zonder geluid, ligt de focus op lichaamstaal en oogcontact en kunnen die vaardigheden vlot beoordeeld worden. Opnieuw kunnen medestudenten feedback geven op de presentaties tijdens de live-fase of via film. Voordeel is ook dat de student zichzelf kan bekijken en bijsturen voor de eindfase.

Fase 3 – De eindpresentatie

De student neemt de feedback op alle presentatie-oefeningen mee en doet een eindpresentatie waarin hij de beoogde einddoelen zo goed mogelijk tracht te bereiken.

Zo je wil, kun je in meer tussentijdse fases/instrumenten werken.
Storyboarding: In plaats van een klassieke presentatie met een begin, midden en slot gaat de student uit van de huidige situatie om te komen tot de gewenste situatie. De tussenliggende stappen worden via een storyboard uitgebeeld. Op die manier kunnen visueel ingestelde studenten vaak vlotter een verhaal vertellen dan puur met woorden, maar belangrijker is dat bij het maken van een visueel hulpmiddel voor presentaties (powerpoint) niet in de val getrapt wordt van het puur oplijsten van de te vertellen punten: de PowerPoint werkt met beelden en wordt dus visueel aantrekkelijker voor de kijker. De student wordt gedwongen zijn verhaal te vertellen ipv van het scherm af te lezen. Zie voor meer informatie deze tip.

Pecha kucha: Via pecha kucha is de student beknopt in timing per dia en totale tijd. Hij is verplicht om met beelden te werken en moet zich op dia in beelden uitdrukken in plaats van in woorden.

Andere relevante blogtips:

Hoe presenteer je online?

Leer je studenten presenteren aan de hand van Pecha Kucha

Bron:

Casteleyn, J. (2010, november). Taalunie, 24ste Conferentie Het Schoolvak Nederlands. Opgehaald van Taalunie: https://hsnbundels.taalunie.org/bijdrage/2010-slidecast-yourself-studenten-geven-presentaties-op-het-internet/

Casteleyn, J., Dhaenens, J., & Devos, B. (2014, november). Taalunie, HSN Conferentie. Opgehaald van Taaluniversum: http://media.taalunieversum.org/hsnbundel/download/28/hsnbundel-28_1319.pdf

Stimuleer interdisciplinair samenwerken via Design thinking

Wat is het?

Interdisciplinair samenwerken is iets anders dan multi- en transdisciplinair samenwerken. Een overzicht van de verschillen.

Multidisciplinair samenwerken = diverse disciplines kijken vanuit hun perspectief naar een probleem of uitdaging. Het is hierbij de bedoeling om te komen tot een diepe en brede benadering van het probleem maar de oplossing moet de eigen disciplines niet overschrijden.

Interdisciplinair samenwerken = diverse disciplines buigen zich over een probleem of uitdaging. Het is hierbij de bedoeling dat men samen komt tot een oplossing voor het probleem. Een oplossing dat de individuele disciplines overstijgt.

Transdisciplinair samenwerken = de ultieme vorm van interdisciplinariteit waarbij de grenzen tussen de disciplines vervagen zowel in de brainstorm als de oplossing van een concreet probleem of uitdaging.

Design thinking is een werkvorm om interdisciplinariteit te stimuleren bij projectonderwijs. Design thinking verenigt methodieken uit de design wereld (i.c., prototyping, creatief denken) met methodieken uit de sociale en bedrijfssector (interactie, communicatie, interviews, marktonderzoek e.d.). Design thinking is een werkvorm die gebaseerd is op de volgende principes:

Laat studenten spelen in je les

Wat is het?

Game-based learning verwijst naar het integreren van spelelementen in je leeromgeving. Volgende elementen zijn kenmerkend voor een game en kunnen geïntegreerd worden in je leeromgeving.

– Een verhaallijn

– Personalisatie

– Erkenning en beloning

– Progressie doorheen diverse niveaus

– Uitdagingen

– Verzamelen van punten

– Zichtbare evolutie

– Kansen

– Continue feedback

– Competitie

Waarom belangrijk?

Game-based learning brengt een positief element in je leeromgeving, het zorgt voor een verfrissend element en verhoogt op deze manier de betrokkenheid en intrinsieke motivatie van studenten.

The-Gears-of-Gamification-in-Education-Infographic

Activeer je studenten tijdens hoorcolleges: Zoemsessies

Wat is het?

In een zoemsessie geef je studenten een vraag of opdracht die zij samen met hun buurman moeten bediscussiëren of beantwoorden.  Aan het geroezemoes dat in de klas ontstaat, dankt de werkvorm haar naam.

Waarom is het belangrijk?

Een zoemsessie is een manier om je college actief te maken. Via zoemsessies worden studenten uitgedaagd om ‘iets’ te doen met de inhoud zoals het stellen van waarom-vragen, het kritisch reflecteren op standpunten, het zoeken naar oplossingen voor gegeven problemen/opdrachten.