Header Image - TEACHER LAB

Korte reflectiemethodieken

Inspiratie vanuit Scrum

Wat is Scrum?

Scrum is een framework om op een flexibele manier (software)producten te maken. Er wordt gewerkt in multidisciplinaire teams die in korte sprints (iteraties, timeboxes), met een vaste lengte van 1 tot 4 weken, werkende (software) producten opleveren. Scrum is een methodiek die kan gebruikt worden in agile development.

Agile development staat voor het juiste ding opleveren op de juiste manier. Dit vergt heel veel en continue communicatie en interactie met elkaar en met de stakeholders. De bedoeling van alle agile methodieken bestaat erin om zo tastbaar mogelijke resultaten tussentijds voor te leggen aan de juiste mensen, om zo vlug te kunnen bijsturen.

Scrum is een methodiek waarbij het proces van communicatie wordt gestructureerd en gestandaardiseerd in 4 types meetings:

  • Daily scrum: problemen van de afgelopen en plan voor de komende 24u. Dit leidt tot bijsturen binnen een team
  • Sprint retrospective: Het team evalueert hun samenwerking en de voortgang.
  • Planning-scrum: doel bepalen en een plan opstellen of wijzigen.
  • Sprint review: presentatie van een (tussen)resultaat aan de product owner en de bespreking van het vervolg: zijn de prioriteiten nog dezelde? Moeten er dingen anders? …?

Het team wordt begeleid door een scrummaster, die een faciliterende rol heeft. De Product Owner of Producteigenaar, is de klant of opdrachtgever, of een vertegenwoordiger daarvan. Hij of zij specificeert de gewenste resultaten, meestal in de vorm van user stories.

Groepsreflectie via supervisie

Wat is het?

Supervisie is een leertraject waarbij studenten reflecteren op persoonlijke ervaringen uit de praktijk. Door middel van een interactieve dialoog tussen ten minste twee mensen, waarvan er één de supervisor is, ontstaat een proces van beoordeling, reflectie, kritiek en aanvulling voor toekomstige professionele beroepsbeoefenaren (Davys & Beddoe, 2010). Supervisie is een manier van leren waarbij de student op basis van theoretische kennis en eigen praktijkervaringen een verdieping en verbreding van de eigen vakkennis en vakkundigheid beoogt. Bovendien vergroot dit het zelfinzicht en leert de student de eigen gevoelens hanteren en controleren (Groen, 2011). Studenten zijn door middel van de supervisie in staat om het eigen handelingsrepertoire uit te breiden (Koetsenruijter & van der Heide, 2008).

Waarom is het belangrijk?

Reflecteren in groep kan studenten helpen om hun praktijkervaringen kritisch bekijken, onafhankelijk van de setting waarin ze terecht gekomen zijn, hun ervaring of expertise (Bulman & Schutz, 2013). Binnen een groepssupervisie wordt de praktijkervaringen herbekeken, in vraag gesteld, in beschouwing genomen en wordt er kritisch over gereflecteerd om zo tot professionele leergemeenschappen te komen. Studenten stellen hun ervaringen voor aan een groep van medestudenten en met behulp van hun kennis en vaardigheden bekijken ze wat er in de praktijk gebeurde, om vanuit deze ervaringen te leren (Caroll, 2007). Supervisie zorgt er met andere woorden voor dat studenten leren van en leren met elkaar. Studenten zijn elkaars begeleiders en ondersteunen elkaar doorheen het hele reflectieproces (Koetsenruijter & van der Heide, 2008). De supervisiemomenten geven de begeleider daarnaast ook de kans om erop toe te zien dat studenten voldoende in de diepte reflecteren en niet blijven hangen in oppervlakkige beschrijvingen.

Een leer-, evaluatie- of showcase instrument: Driemaal portfolio!

Wat is het?

Een portfolio is een door een student gemaakte doelgerichte verzameling van materiaal dat zijn inspanningen, vooruitgang en prestaties in een bepaald domein weergeeft (Clement & Laga, 2006). Met een portfolio levert de student informatie over de eigen competentieontwikkeling. Hij krijgt bovendien inzicht in het totale traject van leren, ontwikkelen en ervaringen opdoen met betrekking tot studeren en werken. Met een portfolio toont de student aan wat hij bereikt heeft en op welke manier hij dit heeft gedaan.

Er bestaan verschillende soorten portfolio’s: het ontwikkelingsportfolio, het beoordelingsportfolio en het presentatieportfolio.

  • Het ontwikkelingsportfolio: Bij dit portfolio brengt de student zijn ontwikkeling of groei in kaart door te reflecteren op wat hij in de opleiding of tijdens de stage heeft gedaan en hoe hij daarin gegroeid is. Het leerproces staat met andere woorden centraal. De student wordt zich in dit soort portfolio bewust van zijn leerproces, zijn vooruitgang en zijn manier van leren.
  • Het beoordelingsportfolio: Bij dit portfolio brengt de student ‘bewijs’ aan dat hij bepaalde competenties verworven heeft. De student wordt zich in dit soort portfolio bewust van wat hij geleerd heeft. De docent beoordeelt de producten van de student.
  • Het presentatieportfolio: Bij dit portfolio presenteert de student zichzelf door producten aan te leveren die aantonen dat hij bepaalde competenties beheerst. De student kan dit portfolio gebruiken om de producten waar hij trots op is, zichtbaar te maken.

Waarom belangrijk?

  • Een portfolio helpt studenten om zelf te leren. Het is een ‘tool for learning’. De student is zelf verantwoordelijk voor de invulling ervan en reflecteert op het geleverde werk. Studenten kunnen ervoor kiezen om het portfolio creatief vorm te geven en dienen hiertoe zelf initiatief te nemen. De student neemt het leer- en ontwikkelingsproces met andere woorden in eigen handen in het kader van levenslang leren.
  • Een portfolio biedt gedetailleerde informatie over het leerproces en de prestaties van een student. Dit zorgt ervoor dat iedere student individuele aandacht krijgt en feedback ontvangt omtrent zijn leerproces.
  • Een portfolio biedt studenten inzicht in hun sterke en zwakke kanten. De student brengt het eigen persoonlijk zijn en functioneren en de impact hiervan op het leergebeuren in kaart. Door het opmaken van een portfolio krijgt de student inzicht in welke competenties hij nog verder dient te ontwikkelen. Hij kan hieruit nieuwe leerdoelen formuleren.
  • De student kan door middel van het portfolio aantonen wat hij bereikt heeft en hoe hij dat gedaan heeft. Hij illustreert zijn vooruitgang in een bepaald domein/competentie.

Hoe doen?

Een portfolio kan als evaluatie-instrument gebruikt worden, en dit zowel formatief als summatief. Afhankelijk van wat je als docent met de evaluatie wenst na te gaan, zullen studenten bepaalde documenten in hun portfolio moeten opnemen (het ‘beste’ werk versus documenten die de inspanningen van de studenten aantonen).

Een portfolio is vooral geschikt om de (ontwikkeling van) competenties bij studenten te evalueren en niet om louter theoretische kennis te beoordelen. Door middel van een portfolio kan je als docent het individuele leerproces van studenten op de voet volgen. Je beoordeelt daarbij niet enkel ‘het beste werk’, maar ook de inzet, het proces en de evolutie van de student.

Wanneer het portfolio ingezet wordt als evaluatie-instrument is het van belang om duidelijke beoordelingscriteria op te stellen en deze met alle betrokkenen te bespreken.

Bronnen en meer weten?

http://www.arteveldehogeschool.be/studielicht/portfolio

https://www.kuleuven.be/onderwijs/steekkaarten/evaluatie/portfolio.pdf

http://www.bvdatabank.be/node/110

http://www.ond.vlaanderen.be/toetsenvoorscholen/toolkit_breed_evalueren/pdf/19.pdf

Clement, M. & Laga, E. (2006). Steekkaarten doceerpraktijk. Antwerpen: Garant.