Header Image - TEACHER LAB

Rubrics: vraag & antwoord, tips en stappenplan

by stefanie.sercu@howest.be

Wat is het?

Een rubric is een instrument om mee te evalueren. Je kan het zien als een uitgeschreven voorschrift om een prestatie of een product mee te waarderen. Kenmerkend voor een rubric is dat je de evaluatiecriteria overzichtelijk weergeeft. Daardoor weten leerlingen of studenten goed wat hen te doen staat, en waarop ze geëvalueerd worden.

Rubrics zijn zowel geschikt om te beoordelen op het einde van de rit (summatief evalueren) als om onderweg feedback te geven en zo het leerproces bij te sturen (formatief evalueren).

Waarom belangrijk?

Rubrics zijn een zeer waardevol en kwaliteitsvol instrument voor evaluatie. Een goede rubric is echter niet eenvoudig op te maken. Vanuit de opleidingen krijgen we dan ook regelmatig vragen rond het opmaken van rubrics. Wat is een rubric nu eigenlijk? Wanneer zijn ze nuttig? Hoe begin je er aan? Waar houd je best rekening mee?

Hoe doen?

Deze inspirerende blogpost van Saskia Vandeputte van Schoolmakers vat het wat, waarom en hoe van rubrics heel mooi samen. Er wordt daarnaast een stappenplan beschreven, interessante tips meegegeven, etc.

https://www.schoolmakers.be/differentieren/rubrics/

Relevante blogtips

Volgende blogtips kunnen je ook interesseren:

Bron

https://www.schoolmakers.be/differentieren/rubrics/

Vertellen met beelden – Leer studenten presenteren aan de hand van pecha kucha

Wat is het?

Een pecha kucha is een diavoorstelling van 20 afbeeldingen presenteren, in een totale tijd van 6 minuten en 40 seconden. Elke afbeelding wordt daarbij precies 20 seconden getoond. Deze eisen dwingen de deelnemers creatief en to the point te zijn over eender welk onderwerp. Naar eigen believen kun je als opdrachtgever de basisregels wijzigen: je maakt de basispresentatie bijvoorbeeld nog korter om de timing van de oefening voor een grotere groep haalbaar te houden.

Op onderstaande website krijg je een concrete indruk van de methodiek, je kan er verschillende presentaties bekijken die werden gemaakt met pecha kucha.

 

 

Waarom belangrijk en hoe doen?

PowerPoint wordt overal ingezet, nodig of niet, en meestal met een resem tekst erop, het liefst nog met bullets gerangschikt. Nog voor je als spreker de punten op je dia hebt afgehandeld, heeft je publiek ze al lang doorgenomen en vertel je niets nieuws meer. Boeiend?

Dé basisstelregel die je meegeeft aan studenten is de volgende: Een digitaal hulpmiddel gebruik je voor je publiek, niet voor jezelf. En een publiek kijkt nu eenmaal graag naar beelden… Studenten een verhaal laten vertellen aan de hand van beelden, is een zinvolle oefening als tussenstap in het leren presenteren. Een pecha kucha is daarbij een handig leermiddel.

Via pecha kuch laat je studenten nadenken over en oefenen voor drie kwesties:

(1) Ze moeten beknopt zijn en dus een selectie maken van hun info (hoofd- en bijzaken scheiden)

(2) Ze moeten nadenken over begin, midden en slot– structuur aanbrengen dus.

(3) Ze zijn verplicht van hun verhaal te vertellen rond beelden; ze krijgen een PwP-sjabloon voor pecha kucha mee waarin ze hun beelden moeten implementeren.

 

Een pecha kucha-presentatie is een ideale tussenstap in een traject leren presenteren. Gebruik om presentaties te beoordelen overal in de opleiding dezelfde heldere checklist met basiscriteria. Meer over presenteertrajecten vind je onder Leer je studenten stapsgewijs presenteren en Pimp your slideshow.

Stimuleer interdisciplinair samenwerken via Design thinking

Wat is het?

Interdisciplinair samenwerken is iets anders dan multi- en transdisciplinair samenwerken. Een overzicht van de verschillen.

Multidisciplinair samenwerken = diverse disciplines kijken vanuit hun perspectief naar een probleem of uitdaging. Het is hierbij de bedoeling om te komen tot een diepe en brede benadering van het probleem maar de oplossing moet de eigen disciplines niet overschrijden.

Interdisciplinair samenwerken = diverse disciplines buigen zich over een probleem of uitdaging. Het is hierbij de bedoeling dat men samen komt tot een oplossing voor het probleem. Een oplossing dat de individuele disciplines overstijgt.

Transdisciplinair samenwerken = de ultieme vorm van interdisciplinariteit waarbij de grenzen tussen de disciplines vervagen zowel in de brainstorm als de oplossing van een concreet probleem of uitdaging.

Design thinking is een werkvorm om interdisciplinariteit te stimuleren bij projectonderwijs. Design thinking verenigt methodieken uit de design wereld (i.c., prototyping, creatief denken) met methodieken uit de sociale en bedrijfssector (interactie, communicatie, interviews, marktonderzoek e.d.). Design thinking is een werkvorm die gebaseerd is op de volgende principes:

Laat je studenten samenwerken via JIGSAW

Wat is het?

Jigsaw is een werkvorm die het mogelijk maakt om samenwerkend te leren. Bij samenwerkend leren werken studenten samen aan een opdracht. Niet enkel het product of het resultaat is hierbij van belang maar ook het proces van de studenten: het discussiëren over lesinhouden, elkaar feedback geven, zich samen verdiepen in moeilijke leerinhouden, …

Waarom belangrijk?

Samenwerkend leren kan heel krachtig zijn mits het goed georganiseerd is door de docent. Jigsaw of de ‘legpuzzelmethode’ is een hulpmiddel om te komen tot krachtig samenwerkend leren.

Hoe doen?

Jigsaw is vooral geschikt voor het behandelen van complexe opdrachten in groep. Een belangrijke voorwaarde is dat deze opdracht deelbaar is in diverse deeltaken of dat de opdracht vanuit verschillende invalshoeken kan worden benaderd.

De Jigsaw-methode bestaat uit twee fasen:

  1. Je deelt je studenten op in een aantal groepen (= basisgroepen) waarbij ieder lid van de groep zich in één deeltaak verdiept of de opdracht vanuit één invalshoek bekijkt.
  2. In een tweede fase herverdeel je de basisgroepen in expertgroepen waarbij je de leden die dezelfde deeltaak bekeken hebben of de opdracht vanuit dezelfde invalshoek onder de loep hebben genomen, samen groepeert. De expertgroep verdiept zich in de opdracht vanuit die ene invalshoek / die ene deeltaak.

In 10 gemakkelijke stappen een jigsaw realiseren. Onderstaande website helpt je op weg.

 

 

Bron: www.jigsaw.org

Meer weten? Bv Databank. (2015, 27 mei). Jigsaw: Een specifieke vorm van groepswerk. Opgehaald van: https://www.bvdatabank.be/node/99

Antwoordmodel voor praktische en competentiegerichte opdrachten

by teachlabadmin

Wat is het?

Een antwoordmodel ondersteunt lectoren in het betrouwbaar evalueren van studenten hun prestatie. In een antwoordmodel definieer je de kenmerken van een positieve evaluatie en geef je aan op welke manier je tot een eindscore komt. Een antwoordmodel wordt vaak ook een verbetersleutel, een rubric of een checklijst genoemd. Dit zijn allemaal voorbeelden van een antwoordmodel. In deze tip staan we stil bij antwoordmodellen voor praktische en competentiegerichte opdrachten. Deze zijn vaak een onderdeel voor volgende beoordelingsvormen: praktijkopdracht, gedragsassessment, casustoets, vaardigheidstoets, overall toets en criterium gericht interview.

Waarom belangrijk?

Een antwoordmodel vergroot de kans dat je tot eenzelfde beoordeling zou komen indien de beoordeling door een andere beoordelaar gebeurt of op een ander tijdstip. Een antwoordmodel is ook een ondersteuning wanneer je met meerdere lectoren moet beoordelen. Ook kan een antwoordmodel een belangrijke basis zijn voor de feedback die je geeft aan studenten.

Hoe doen?

Een antwoordmodel opstellen voor praktische opdrachten loopt lichtjes anders dan voor geschreven beoordelingsvormen. Vaak doorloop je volgende stappen:

(1) Waarop ga je evalueren? Waar ga je op letten?

Vertaal de leerdoelen naar gedragsindicatoren. Deze gedragsindicatoren zijn:

– Relevant: de indicatoren zijn herkenbaar voor studenten en collega lectoren uit de opleiding.

– Observeerbaar: de indicatoren zijn te observeren aan de hand van de producten die een student oplevert of de handelingen (bv. presentatie, verdediging, gedragsassessment, vaardigheidstoets) die hij uitvoert.

– specifiek: de indicatoren zijn voldoende richtinggevend voor examinatoren en begeleiders.

– eenduidig: de indicatoren zijn vaak beperkt tot één actief werkwoord per indicator.

– hanteerbaar: het aantal indicatoren is voor een beoordelaar praktisch hanteerbaar om in de gestelde tijd tot een oordeel en onderbouwing te komen.

Voorbeeld Reflectieopdracht (Context: lerarenopleiding)

Studenten reflecteren op de voorbije stageperiode en blikken vooruit op de toekomstige stageperiode.

Leerdoel: “De leerkracht kan zijn eigen functioneren in vraag stellen en bijsturen”

Gedragsindicatoren:

  • De student blikt terug op een concrete beroepssituatie en benoemt de positieve punten van zichzelf in relatie tot de centrale beroepscompetenties.
  • De student blikt terug op een concrete beroepssituatie en benoemt werkpunten voor zichzelf.
  • De student formuleert op basis van een concrete situatie kansen en bedreigingen voor de toekomst .
  • De student reflecteert op de noodzakelijke stappen voor de toekomst t.a.v. de centrale beroepscompetenties. De student formuleert eigen uitdagingen en verantwoordt dit op basis van brononderzoek.

(2) Op welke manier ga je deze indicatoren scoren?

Denk na over je beoordelingscriteria. De verschillende mogelijkheden op een rij met voor- en nadelen.

(A) Schaal. Iedere gedragsindicator wordt op een X-punten schaal gescoord, zie voorbeeld hieronder

Indicator Schaal
  Helemaal niet voldoende Niet voldoende Voldoende Helemaal voldoende
De student blikt terug op een concrete beroepssituatie en benoemt werkpunten voor zichzelf.   x    

Werken met schalen heeft als voordeel dat je relatief snel op een genuanceerde manier kijkt naar de gedragsindicatoren. Je gaat m.a.w. verder dat ‘aanwezig of niet aanwezig’ maar je geeft aan in welke mate deze indicator aanwezig is. Een groot nadeel van beoordelingsschalen is dat de categorieën en het verschil tussen deze categorieën vaak niet duidelijk is voor verschillende beoordelaars en voor de student.

(B) Rubric. Iedere categorie wordt geëxpliciteerd, verschillen worden verwoord.

Indicator Schaal
  Helemaal niet voldoende Niet voldoende Voldoende Helemaal voldoende
De student blikt terug op een concrete beroepssituatie en benoemt werkpunten voor zichzelf. Er wordt geen concrete beroepssituatie en werkpunten geformuleerd. Er wordt gereflecteerd op een concrete beroepssituatie maar er worden geen werkpunten aangehaald. Er wordt gereflecteerd op een concrete beroepssituatie en er zijn werkpunten geformuleerd. Deze werkpunten zijn concreet maar niet gebaseerd op een grondige analyse van oorzakelijke verbanden en mogelijke alternatieven in het professioneel handelen. De werkpunten zijn concreet geformuleerd en gebaseerd op een grondige analyse van oorzakelijke verbanden en mogelijke alternatieven in het professioneel handelen.

Een rubric is één van de meest effectieve instrumenten om betrouwbaar competenties te toetsen. Het opstellen van een rubric is echter een heel tijdsrovende klus en is vooral aan te raden voor het beoordelen van minder ‘tastbare’ aspecten zoals bv. attitudes, bij weinig gedragsindicatoren én bij afsluitende toetsen.

(C) Checklijst. Een checklijst wordt vaak gebruikt bij het beoordelen van werkstukken of presentaties waarbij het rap duidelijk is of de indicator aanwezig is of niet. Een checklijst controleert de aanwezigheid van relevante kenmerken of indicatoren, hoe meer elementen aanwezig, hoe beter te prestatie.

Indicator: De student blikt terug op een concrete beroepssituatie en benoemt de positieve punten van zichzelf in relatie tot de centrale beroepscompetenties.
1  werkpunt formuleren v
Oorzaken detecteren v
Verbanden vinden v
Alternatieve formuleren  
Reflectiemodel hanteren.  

Let op: bij de terugkoppeling naar de student is het belangrijk dat je de feedback persoonlijk maakt. Het is belangrijk dat je nog wat duiding kan geven aan de student, dit verhoogt de betrokkenheid.

(3) Hoe wegen de indicatoren door in de eindbeoordeling?

Expliciteer je weging. Ga je mathematisch te werk, werk je met diverse wegingen (bepaalde indicatoren wegen zwaarder door) of werk je met cesuur (waarbij bepaalde indicatoren voorwaardelijk zijn om te slagen).

Meer weten?

Via de volgende link kan je kant-en-klare rubrics opzoeken en eventueel fine-tunen naar wat jij nodig hebt.

Relevante blogtips

Richtlijnen voor een heldere opdrachtomschrijving

Wat?

Opdat studenten een opdracht goed en volledig kunnen uitvoeren, is het belangrijk dat lectoren hun opdracht helder uitschrijven. Daartoe bestaat de checklist Richtlijnen voor richtlijnen, die aangeeft welke onderdelen een volledige opdrachtomschrijving heeft.

Waarom?

Transparantie en duidelijkheid zijn belangrijk om ervoor te zorgen dat studenten de opdracht uitvoeren zoals je als lector hebt beoogd. Je vermijdt bovendien achterafvragen van studenten zoals Wat zijn de vereiste onderdelen van de opdracht? Hoe lang moet die opdracht zijn? Hoe evalueert de docent de opdracht? Waarom is de opdracht belangrijk in mijn opleiding? …

Hoe?

Hanteer de checklist “Richtlijnen voor richtlijnen” om je opdracht op te stellen, na te lezen of te laten nalezen. Een voorbeeld met duidelijke richtlijnen vinden jullie hier.

Tips

Zorg ervoor dat de volgende elementen opgenomen worden in de opdrachtinstructie:

  • de doelstellingen van de opdracht;
  • een te volgen methode of stappenplan;
  • de voorziene begeleiding;
  • de te verwachten feedbackprocedure;
  • de vormelijke aspecten van het eindproduct;
  • de deadline(s);
  • de evaluatiecriteria.

 Bron:

Peeters, E. & T. Van Houtven (2013). Schrijfvaardigheid in het hoger onderwijs. Praktische handleiding voor krachtig schrijfvaardigheidsonderwijs in de instroomfase. Leuven: Acco.