Header Image - TEACHER LAB

Instructieactiviteiten organiseren: Wat zegt breinleren?

Wat is het?

We hebben kennis nodig over hoe de hersenen werken om te begrijpen hoe we leren.

Waarom is het belangrijk?

Kennis over het brein en hoe we leren geeft ons belangrijke inzichten in hoe we best instructieactiviteiten opzetten.

Hoe doen?

In onderstaande poster komen 10 concrete tips aan bod rond hoe we onze instructieactiviteiten best vormgeven om studenten optimaal te ondersteunen in hun leerproces.

The-Principles-of-Instruction-InfographicBron: Caviglioli, O. (2016, 4 januari). Prinicples of instruction. Opgehaald van https://teachinghow2s.com/blog/principles-of-instruction

Een speeddate met de onderwijsliteratuur en wat je kan meenemen naar je eigen praktijk.

‘Evidence-based practice’ ook in het onderwijs? Jazeker, een speeddate met een aantal onderwijskundigen van wie hun onderzoek heeft geleid tot belangrijke inzichten in de onderwijskundige literatuur en het onderzoek.

Wat kan jij hiermee? Klik op de bolletjes voor meer informatie.

Meer weten en bron? Deze infographic hebben wij hier gespot, je krijgt er nog wat meer duiding bij.

Groepeer je studenten

by teachlabadmin

Wat is het?

Lectoren vragen zich vaak af wat de beste manier is om studenten in te delen bij groepswerk. Een eenduidig antwoord bestaat niet. Een optimale groepsindeling hangt af van het doel van de opdracht, de duurtijd, de grootte en duur van de opdracht en de beschikbare infrastructuur.

Hoe doen?

Studenten kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld in groepen. Een aantal opties:

  • De lector deelt de groepen random in. Dit kan vlug gebeuren (vb. op basis van alfabetische volgorde, zitplaats van student in klaslokaal …). De groepjes zullen echter niet altijd complementair zijn wat de competenties van de studenten betreft. Bekijk dus goed het doel en de aard van de opdracht om na te gaan of deze manier van indelen wenselijk is.
  • De lector maakt de groepsindeling op basis van criteria zoals vooropleiding, studieresultaten van de student, voorkeur van de student.
  • De studenten vormen zelf hun groep. Studenten werken graag samen met studenten die ze al kennen. Dit creëert van bij het begin een grotere samenhorigheid, wat kan leiden tot beter presteren en minder conflicten. Studenten zelf hun groep laten kiezen kan soms ook nadelig zijn voor het groepsproduct. Wanneer studenten elkaar te goed kennen, is het mogelijk dat ze niet voldoende kritisch zijn voor elkaars werk. Peer assessment waarbij het groepsproces in kaart gebracht wordt, kan hier een oplossing bieden.

De groepsgrootte varieert afhankelijk van het soort opdracht:

Voor het maken van projecten is een groepsgrootte van 4 tot 6 studenten ideaal. Grotere groepen hebben vaak het nadeel dat niet alle studenten actief participeren.

Eens een groep, altijd een groep?

Slecht functionerende groepen worden best niet ontbonden tijdens het groepsproces. Dit verstoort namelijk de groepsdynamiek in de andere groepen. Bovendien moet men leren omgaan met groepsconflicten die ook in de latere beroepspraktijk zullen plaatsvinden.        Het is aan te raden om bij groepswerk een feedback/en of beoordelingssysteem in te voeren om het groepsproces in kaart te brengen.

Meer weten en bron?

https://www.uantwerpen.be/nl/faculteiten/antwerp-school-of-education/deelentiteiten/expertisecentrum-hoger-onderwijs/didactische-tips/onderwijstips/archief-onderwijstips/tip-22/

 

Organiseer je klas

Wat is het?

Een leslokaal waarin studenten in rijtjes voor je zitten nodigt niet uit om te experimenteren met activerende werkvormen waarbij interactie met inhoud of studenten centraal staat. Laat je hierdoor jouw onderwijskundige ambities tegenhouden? Neen, want er zijn namelijk een aantal opties.

Waarom belangrijk?

Activerende werkvormen zijn heel geschikt om competentiegericht op te leiden. Je biedt als docent mogelijkheden om actief en interactief met de materie om te gaan. Dit bevordert inzicht, toepassing en kritische denken.

Hoe doe je dit?

    • Zoemsessies. Laat studenten kort met hun buurman/vrouw overleggen. Hiermee kan je je aulalessen een twist geven.
    • Rijen ontoegankelijk verklaren. Als de aula meer zitplaatsen bevat dan je studentengroep, dan kan je rijen ‘niet toegankelijk’ verklaren. Zo kan je studenten bijvoorbeeld vragen om enkel op de even rijen plaats te nemen. Dat geeft je de mogelijkheid om tussen de studenten te bewegen om bv. vragen te beantwoorden.
    • Heel het lokaal gebruiken. Studenten hebben de neiging om achteraan samen te zitten, hierdoor blijft een deel van het lokaal ongebruikt. Door vooraf over de verdeling van de groepen na te denken en dit ook aan uw studenten te communiceren, kunt u heel het lokaal gebruiken.
    • Verleg je grenzen. Soms is het een optie om studenten over verschillende locaties te verspreiden bv. de gang, een studielandschap of de cafetaria. Dit betekent meer fysieke inspanning en minder controle maar in sommige gevallen is dit het enige alternatief om een andere werkvorm te gebruiken.De kans is reëel dat studenten zullen morren wanneer je hen vraagt om ergens anders te zitten. Na een tijdje zijn ze echter uw ‘alternatieve opstelling’ gewoon en vermindert deze weerstand.

Meer weten en bron?

ExpertiseCentrum Hoger Onderwijs. Universiteit Antwerpen.(z.d.) Archief Onderwijstips. Geraadpleegd op 3 mei 2015, van https://www.uantwerpen.be/nl/faculteiten/instituut-onderwijs-informatie/dienstverlening/expertisecentrum-hoger-onderwijs/didactische-tips/onderwijstips/archief-onderwijstips/tip-4/