Header Image - TEACHER LAB

Leer je studenten stapsgewijs presenteren

Wat is het?
Presenteren is een complexe vaardigheid. De student moet als een goochelaar heel wat balletjes in de lucht houden: een goede (spreek)tekst, lichaamstaal, stemgebruik, oogcontact, visuele hulpmiddelen gebruiken….
Daarom is het goed om studenten te laten starten met een aantal deelaspecten van presenteren en hen geleidelijk aan te laten oefenen. Eens hij een vaardigheid beheerst, kan iets nieuws toegevoegd worden.
Betrek je collega’s van bij de start. Stem af over duidelijke criteria in functie van de leerdoelen, bekijk de timing van presentaties op een semester/binnen de opleiding en maak van presenteermomenten in andere vakken oefenmomenten.

Hoe doen? 
Stapsgewijs breng je studenten tot presenteren via een voorbereidende en drie oefenfasen.
De voorbereidende fase
Start met het tonen van een goed voorbeeld en analyseer met de studenten wat de spreker in het voorbeeld allemaal (goed) doet. Op die manier kom je samen met de studenten tot een checklist van hoe een goede presentatie eruitziet die alle docenten tijdens de hele opleiding kunnen gebruiken.
Checklists hebben een driedubbel doel: ze maken de opdracht duidelijk en concreet, ze zijn een leidraad voor de student om de opdracht te maken en ze helpen student en docent bij het geven en ontvangen van feedback.

Fase 1 – Slidecasten

Laat de studenten hun presentatie oefenen op basis van een PowerPoint waarbij ze de tekst inspreken. De focus ligt op structuur van de presentatie, inhoud (hoofd- en bijzaken), spreekstem en vorm van de dia’s. Lichaamstaal , zaalgebruik, oogcontact komen dus nog even niet aan bod. De studenten posten hun slidecast op een studentenleerplatform en beluisteren en beoordelen elkaars werk (adhv de checklist). De docent beoordeelt en geeft feedback.

Een handige tool om deze peer-feedback en docenten-feedback te faciliteren is Audacity, het laat je toe om audio-feedback te geven in groep. Bekijk zeker deze tip hiervoor!

Fase 2 – Live presenteren

De studenten presenteren live. Om de lichaamstaal van de student goed te beoordelen, kan de student gefilmd worden. Als de film afgespeeld wordt zonder geluid, ligt de focus op lichaamstaal en oogcontact en kunnen die vaardigheden vlot beoordeeld worden. Opnieuw kunnen medestudenten feedback geven op de presentaties tijdens de live-fase of via film. Voordeel is ook dat de student zichzelf kan bekijken en bijsturen voor de eindfase.

Fase 3 – De eindpresentatie

De student neemt de feedback op alle presentatie-oefeningen mee en doet een eindpresentatie waarin hij de beoogde einddoelen zo goed mogelijk tracht te bereiken.

Zo je wil, kun je in meer tussentijdse fases/instrumenten werken.
Storyboarding: In plaats van een klassieke presentatie met een begin, midden en slot gaat de student uit van de huidige situatie om te komen tot de gewenste situatie. De tussenliggende stappen worden via een storyboard uitgebeeld. Op die manier kunnen visueel ingestelde studenten vaak vlotter een verhaal vertellen dan puur met woorden, maar belangrijker is dat bij het maken van een visueel hulpmiddel voor presentaties (powerpoint) niet in de val getrapt wordt van het puur oplijsten van de te vertellen punten: de PowerPoint werkt met beelden en wordt dus visueel aantrekkelijker voor de kijker. De student wordt gedwongen zijn verhaal te vertellen ipv van het scherm af te lezen. Zie voor meer informatie deze tip.

Pecha kucha: Via pecha kucha is de student beknopt in timing per dia en totale tijd. Hij is verplicht om met beelden te werken en moet zich op dia in beelden uitdrukken in plaats van in woorden.

Andere relevante blogtips:

Hoe presenteer je online?

Leer je studenten presenteren aan de hand van Pecha Kucha

Bron:

Casteleyn, J. (2010, november). Taalunie, 24ste Conferentie Het Schoolvak Nederlands. Opgehaald van Taalunie: https://hsnbundels.taalunie.org/bijdrage/2010-slidecast-yourself-studenten-geven-presentaties-op-het-internet/

Casteleyn, J., Dhaenens, J., & Devos, B. (2014, november). Taalunie, HSN Conferentie. Opgehaald van Taaluniversum: http://media.taalunieversum.org/hsnbundel/download/28/hsnbundel-28_1319.pdf

Instructieactiviteiten organiseren: Wat zegt breinleren?

Wat is het?

We hebben kennis nodig over hoe de hersenen werken om te begrijpen hoe we leren.

Waarom is het belangrijk?

Kennis over het brein en hoe we leren geeft ons belangrijke inzichten in hoe we best instructieactiviteiten opzetten.

Hoe doen?

In onderstaande poster komen 10 concrete tips aan bod rond hoe we onze instructieactiviteiten best vormgeven om studenten optimaal te ondersteunen in hun leerproces.

The-Principles-of-Instruction-InfographicBron: Caviglioli, O. (2016, 4 januari). Prinicples of instruction. Opgehaald van https://teachinghow2s.com/blog/principles-of-instruction

Lesmateriaal afstemmen op dyslectici én studenten met mogelijke taalachterstand

Wat is het?

Dyslexie heeft een neurologische oorzaak, is vaak erfelijk en niét geneesbaar! Deze studenten hebben problemen met woordidentificatie (lezen) en schriftbeeldvorming (schrijven). 

Ze hebben vaak moeite met logisch-geordende lijsten (woordenlijsten, kenmerken, …) en met multi-tasking tov serial tasking (luisteren én schrijven tegelijk). 

Problemen op woordniveau 

  • Werkwoordvorming, verdubbeling, tussenletters, homofonen 

Problemen op zinniveau 

  • Functiewoorden (lidwoorden, voorzetsels, voegwoorden, …) 
  • Leestekens 
  • Hoofdlettergebruik 
  • Samenhang complexe zinnen 

Perifere problemen 

  • Meer tijd nodig voor het lezen van teksten, opgaven, vragen 
  • Langzame en beperkte woordherkenning 
  • Luidop lezen 
  • Beperkt inzicht in onsamenhangende informatie (structuur noodzakelijk) 

Dit alles leidt tot langere verwerkingstijd! 

Wat doet Howest momenteel? Er is een Howest-beleid waarbij faciliteiten worden aangeboden voor studenten met dyslexie. Het gaat meestal om (individuele) sticordi maatregelen: stimuleren, compenseren, remediëren en dispenseren. 

NOG BETER is inclusief onderwijs aanbieden door lesmateriaal af te stemmen op studenten met dyslexie, wat ook ten goede komt aan élke student die mogelijk een taalachterstand heeft dat nog niet is vastgesteld.