Header Image - TEACHER LAB

Groepeer je studenten

by teachlabadmin

Wat is het?

Lectoren vragen zich vaak af wat de beste manier is om studenten in te delen bij groepswerk. Een eenduidig antwoord bestaat niet. Een optimale groepsindeling hangt af van het doel van de opdracht, de duurtijd, de grootte en duur van de opdracht en de beschikbare infrastructuur.

Hoe doen?

Studenten kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld in groepen. Een aantal opties:

  • De lector deelt de groepen random in. Dit kan vlug gebeuren (vb. op basis van alfabetische volgorde, zitplaats van student in klaslokaal …). De groepjes zullen echter niet altijd complementair zijn wat de competenties van de studenten betreft. Bekijk dus goed het doel en de aard van de opdracht om na te gaan of deze manier van indelen wenselijk is.
  • De lector maakt de groepsindeling op basis van criteria zoals vooropleiding, studieresultaten van de student, voorkeur van de student.
  • De studenten vormen zelf hun groep. Studenten werken graag samen met studenten die ze al kennen. Dit creëert van bij het begin een grotere samenhorigheid, wat kan leiden tot beter presteren en minder conflicten. Studenten zelf hun groep laten kiezen kan soms ook nadelig zijn voor het groepsproduct. Wanneer studenten elkaar te goed kennen, is het mogelijk dat ze niet voldoende kritisch zijn voor elkaars werk. Peer assessment waarbij het groepsproces in kaart gebracht wordt, kan hier een oplossing bieden.

De groepsgrootte varieert afhankelijk van het soort opdracht:

Voor het maken van projecten is een groepsgrootte van 4 tot 6 studenten ideaal. Grotere groepen hebben vaak het nadeel dat niet alle studenten actief participeren.

Eens een groep, altijd een groep?

Slecht functionerende groepen worden best niet ontbonden tijdens het groepsproces. Dit verstoort namelijk de groepsdynamiek in de andere groepen. Bovendien moet men leren omgaan met groepsconflicten die ook in de latere beroepspraktijk zullen plaatsvinden.        Het is aan te raden om bij groepswerk een feedback/en of beoordelingssysteem in te voeren om het groepsproces in kaart te brengen.

Meer weten en bron?

https://www.uantwerpen.be/nl/faculteiten/antwerp-school-of-education/deelentiteiten/expertisecentrum-hoger-onderwijs/didactische-tips/onderwijstips/archief-onderwijstips/tip-22/

 

Organiseer je klas

Wat is het?

Een leslokaal waarin studenten in rijtjes voor je zitten nodigt niet uit om te experimenteren met activerende werkvormen waarbij interactie met inhoud of studenten centraal staat. Laat je hierdoor jouw onderwijskundige ambities tegenhouden? Neen, want er zijn namelijk een aantal opties.

Waarom belangrijk?

Activerende werkvormen zijn heel geschikt om competentiegericht op te leiden. Je biedt als docent mogelijkheden om actief en interactief met de materie om te gaan. Dit bevordert inzicht, toepassing en kritische denken.

Hoe doe je dit?

    • Zoemsessies. Laat studenten kort met hun buurman/vrouw overleggen. Hiermee kan je je aulalessen een twist geven.
    • Rijen ontoegankelijk verklaren. Als de aula meer zitplaatsen bevat dan je studentengroep, dan kan je rijen ‘niet toegankelijk’ verklaren. Zo kan je studenten bijvoorbeeld vragen om enkel op de even rijen plaats te nemen. Dat geeft je de mogelijkheid om tussen de studenten te bewegen om bv. vragen te beantwoorden.
    • Heel het lokaal gebruiken. Studenten hebben de neiging om achteraan samen te zitten, hierdoor blijft een deel van het lokaal ongebruikt. Door vooraf over de verdeling van de groepen na te denken en dit ook aan uw studenten te communiceren, kunt u heel het lokaal gebruiken.
    • Verleg je grenzen. Soms is het een optie om studenten over verschillende locaties te verspreiden bv. de gang, een studielandschap of de cafetaria. Dit betekent meer fysieke inspanning en minder controle maar in sommige gevallen is dit het enige alternatief om een andere werkvorm te gebruiken.De kans is reëel dat studenten zullen morren wanneer je hen vraagt om ergens anders te zitten. Na een tijdje zijn ze echter uw ‘alternatieve opstelling’ gewoon en vermindert deze weerstand.

Meer weten en bron?

ExpertiseCentrum Hoger Onderwijs. Universiteit Antwerpen.(z.d.) Archief Onderwijstips. Geraadpleegd op 3 mei 2015, van https://www.uantwerpen.be/nl/faculteiten/instituut-onderwijs-informatie/dienstverlening/expertisecentrum-hoger-onderwijs/didactische-tips/onderwijstips/archief-onderwijstips/tip-4/

Maak een Mindmap

Wat is het?

Een Mindmap is letterlijk een kaart (Map) van gedachten (Mind). Het bestaat uit een ruimtelijk netwerk van sleutelwoorden, beelden en symbolen die opgebouwd zijn rond 1 centraal thema. De techniek is verrassend eenvoudig. Je start met het centrale onderwerp, dit is het onderwerp waarover je een netwerk wilt uitbouwen. Rond het ontwerp ga je dan centrale thema’s linken die hiermee in verband staan.

Waarom is het belangrijk?

Mindmaps kunnen voor verschillende doeleinden gebruikt worden. Je kan bv. de ‘logica’ van een hoofdstuk in een mindmap visualiseren of je kan je les opbouwen aan de hand van een mindmap. Mindmaps hebben als voordeel dat relaties of linken gevisualiseerd worden. We zien als het ware de netwerken tussen losstaande delen. Dit ondersteunt kennisverwerving en kan zeker voor moeilijke topics een interessante tool zijn om het leren te ondersteunen.

Hoe doen?

Een mindmap kan je maken op een blad papier of op een bord. Je hebt ook digitale tools die je zelfs toelaten om met meerdere mensen een mindmap te maken. Een voorbeeld van een gratis en gebruiksvriendelijke tool: Padlet, heel gebruiksvriendelijk en gratis. Bovendien kan je Padlet perfect integreren in Leho, je kan het bijvoorbeeld als een opdracht insluiten. Onderstaande video toont je hoe:


De kunst zit hem in het maken van een heldere mindmap, een mindmap die in één opslag duidelijk is. Onderstaande tips kunnen je helpen bij het opstellen van een heldere mindmap.

  • Wees compact. Gebruik sleutelwoorden, beelden, symbolen. Deze dienen als trigger om achterliggende informatie uit het geheugen op te halen. Besteed voldoende tijd aan het verzinnen van goede sleutelwoorden.
  • Werk vanuit het midden van het bord/papier/scherm naar buiten toe. Leg je blad ook horizontaal, zo behoud je gemakkelijk het visuele overzicht.
  • Werk met kleuren. Geef hoofdtakken een duidelijk kleur, zo kan je ze makkelijk van elkaar onderscheiden.
  • Breng structuur. Gebruik verschillende lettertypes bv. hoofdletters voor hoofdtakken en kleine letters voor de uitwerkingen.
  • Duid verbanden tussen kernwoorden aan door middel van pijlen.

Bron: ExpertiseCentrum Hoger Onderwijs. Universiteit Antwerpen.(z.d.) Archief Onderwijstips. Geraadpleegd op 3 mei 2015, van https://www.uantwerpen.be/nl/faculteiten/instituut-onderwijs-informatie/dienstverlening/expertisecentrum-hoger-onderwijs/didactische-tips/onderwijstips/archief-onderwijstips/tip-8/

Andere relevante blogposts

Ook de tool Miro geeft uitgebreide opties om met studenten aan Mindmaps te werken. Lees er alles over in deze blogpost.

Leer je studenten schrijven

Wat is het?

Teksten schrijven is een cruciale competentie die in iedere opleiding belangrijk is. Studenten schrijven namelijk doorheen hun studie tal van teksten die ze nodig hebben voor studie en beroep.

Waarom belangrijk?

Een goed geschreven tekst is een belangrijke algemene competentie voor een bachelor-student en een hefboom naar een professionele carrière.

Hoe kan je dit doen?

  1. Een goede voorbeeldtekst. Selecteer een goed voorbeeld die van toepassing is. Werk indien mogelijk met teksten van studenten van het jaar voordien – de lat ligt dan op de “haalbare” hoogte voor je student.
  2. Laat studenten reflecteren. Geef studenten de voorbeeld tekst en laat hen de kenmerken detecteren. Maak samen een checklist en licht de theorie toe op basis van deze checklist. (Werk voor jezelf op voorhand ook een checklist uit op basis van de theorie, dit kan je helpen bij deze oefening).
  3. Zet studenten aan het werk met een heldere opdracht. Geef studenten de opdracht om zelf een tekst in het genre te schrijven. Zorg ervoor dat die opdracht duidelijk is door de checklist als leidraad te gebruiken.
  4. Faseer de aanpak. Maak studenten erop attent dat schrijven in fasen gebeurt (oriënteren, structureren, formuleren en redigeren)
  5. Schakel een leesbuddy in. Een student leest de tekst van een medestudent en toetst die aan de checklist. Het nalezen en feedback geven is ook een belangrijke leerervaring, op deze manier leren studenten de checklist beter kennen en gebruiken.
  6. Geef formatieve feedback. Ondersteun de schrijfontwikkeling van de student en geef formatieve feedback op een tussentijdse versie. Geef hierbij concrete tips om de tekst beter te maken.
  7. Evaluatie en quotering. Laat de student een definitieve versie schrijven en indienen.Wees flexibel met dit instrument, naargelang je eigen mogelijkheden, tijd en die van je studenten.

Activeer je studenten in het hoorcollege door think – pair -share

Wat is het?

Een werkvorm waarbij studenten worden uitgedaagd om een stuk inhoud te bevragen en te bediscussiëren met hun medestudenten en jezelf als lesgever.

Waarom is het belangrijk?

Vaak hoor je slechts een fractie van de studenten tijdens je lessen. Een timide student zal zich niet laten horen voor de volledige groep maar heeft vaak wel interessante inzichten of vragen om te delen met de groep. De werkvorm ‘think – pair – share’ is een manier om ook deze studenten aan het woord te laten zonder dat ze zich moeten richten tot de volledige groep.